ECLI:NL:RBDHA:2025:22693
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- V.F.J. Bernt
- C. Simonis
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening in het kader van verblijfsvergunning regulier voor kennismigrant
In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag wordt het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld van een Turkse verzoeker die een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft aangevraagd met als doel arbeid als kennismigrant. De aanvraag is door de minister van Asiel en Migratie afgewezen, waarna de verzoeker bezwaar heeft gemaakt en om een voorlopige voorziening heeft gevraagd. De voorzieningenrechter oordeelt dat de verzoeker spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening, omdat niet zonder meer duidelijk is dat het besluit in stand zal blijven. De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit tot vier weken nadat op het beroep is beslist, wat betekent dat de verzoeker in deze periode niet mag worden uitgezet. De voorzieningenrechter wijst ook op de kostenvergoeding die de minister aan de verzoeker moet betalen, inclusief het griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan op 14 november 2025 en is openbaar gemaakt zonder mogelijkheid tot hoger beroep.