ECLI:NL:RBDHA:2025:22586

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
NL25.18595
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Asielaanvraag van Russische reservist afgewezen wegens ongeloofwaardige mobilisatieoproep en politieke overtuiging

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 28 november 2025, wordt het beroep van eiser, een Russische reservist, tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag behandeld. Eiser had op 4 oktober 2022 asiel aangevraagd, maar zijn aanvraag werd op 26 maart 2025 door de minister van Asiel en Migratie afgewezen. Eiser stelt dat hij vreest voor mobilisatie en vervolging vanwege zijn politieke overtuiging tegen de oorlog in Oekraïne. De rechtbank oordeelt dat de minister de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig achtte, maar de vrees voor mobilisatie niet aannemelijk kon maken. Eiser had geen objectieve documenten die zijn claims onderbouwden en zijn verklaringen werden als inconsistent beoordeeld. De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft en dat de asielaanvraag ongegrond is. De rechtbank wijst ook de argumenten van eiser over zijn politieke overtuiging af, omdat hij nooit publiekelijk heeft geuit en geen eerdere problemen heeft gehad. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het terugkeerbesluit naar Rusland.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.18595

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M. van Boheemen).

Inleiding

1. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1
Eiser heeft op 4 oktober 2022 een asielaanvraag ingediend in Nederland.
1.2
Verweerder heeft met het bestreden besluit van 26 maart 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.3
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.
1.4
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiser heeft schriftelijk gereageerd op het verweerschrift en verweerder heeft daarna het document verklaring van onderzoek van Bureau Documenten (BD) ingediend.
1.5
De rechtbank heeft het beroep op 26 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A.M.J. de Wit als tolk en de gemachtigde van verweerder.
1.6
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen een nadere toelichting te geven op voornoemde verklaring van onderzoek.
1.7
Verweerder heeft in reactie hierop op 17 november 2025 een nieuwe verklaring van onderzoek ingediend, voorzien van een toelichting.
1.8
Op 4 november 2025 heeft eiser gereageerd met de mededeling dat hij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.
1.9
De rechtbank heeft het onderzoek in deze zaak op 17 november 2025 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1998 en heeft de Russische nationaliteit. Eiser stelt dat hij tijdens de Russische inval in Oekraïne in 2022 in de Europese Unie verbleef met een Pools werkvisum. Eiser is daarna voor medische redenen teruggereisd naar Rusland en heeft vervolgens besloten het land te verlaten vanwege de mobilisatie. Eiser is op 26 september 2022 Nederland weer ingereisd. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij bij terugkeer naar Rusland vreest voor mobilisatie en vervolging vanwege het ontduiken van zijn dienstplicht. Eiser vreest bij terugkeer ook voor vervolging vanwege zijn politieke overtuiging, die zich richt tegen de oorlog en het complete systeem in Rusland.
Wat heeft verweerder besloten?
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Poging tot oproep voor (gedeeltelijke) mobilisatie;
Politieke overtuiging.
3.1
Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht, vanwege het echt bevonden paspoort.
3.2
Ook de politieke overtuiging van eiser is geloofwaardig geacht.
3.3
Verweerder heeft niet geloofwaardig geacht dat eiser is opgeroepen voor (gedeeltelijke) mobilisatie. Redengevend daarvoor is dat eiser zijn asielrelaas niet heeft onderbouwd met objectieve documenten die zijn verklaringen volledig onderbouwen en dat zijn verklaringen daarover geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Zo heeft eiser verklaard dat hij geen oproep heeft ontvangen, terwijl uit de relevante landeninformatie [1] blijkt dat mobilisatie in de periode waarin eiser nog in Rusland verbleef (september 2022) enkel kon plaatsvinden door het uitreiken van een oproep in persoon. Niet gebleken is dat eiser door (het ontduiken van) deze poging tot mobilisatie strafrechtelijke gevolgen heeft ondervonden en bovendien blijkt uit het ambtsbericht ook dat het niet in ontvangst nemen van een oproep ook geen overtreding is. In dit kader is aan eiser ook tegengeworpen dat elektronische oproepen tot mobilisatie nog niet plaatsvonden in september 2022, dat in 2023 en 2024 in de praktijk niet gemobiliseerd is en dat niet gebleken is dat eiser als contractsoldaat opgeroepen is om in het Russische leger te dienen.
3.4
Op grond van de geloofwaardige asielmotieven heeft verweerder geconcludeerd dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 EVRM aannemelijk heeft gemaakt. Zo heeft eiser zijn politieke overtuiging nooit publiekelijk geuit door deelname aan demonstraties en bijeenkomsten en is eiser ook geen lid van een politieke beweging. Daarbij heeft eiser nooit eerder problemen gehad vanwege zijn politieke overtuiging en worden deze ook niet verwacht, nu eiser verklaard heeft dat hij bij terugkeer naar Rusland deze overtuiging niet gaat uiten vanwege de veiligheid van zijn vader en - zo hij dit bij een eventuele mobilisatie wel gaat doen - deze vrees voor mobilisatie niet geloofwaardig is.
3.5
Gelet op het voorgaande heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen als ongegrond en is aan eiser een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken uitgereikt, gericht op vertrek naar Rusland.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en vindt dat dit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd.
4.1
Verweerder heeft ten onrechte geconcludeerd dat de poging tot oproep voor de mobilisatie ongeloofwaardig is. Eiser heeft immers met een objectief document, te weten een kennisgeving van het aanhangig maken van een strafzaak, aannemelijk gemaakt dat hij strafrechtelijk wordt vervolgd wegens het zich onttrekken aan militaire dienstplicht en vervangende burgerdienst. Ook miskent verweerder dat eiser alsnog via de digitale weg kan worden opgeroepen, maar dat Rusland een traag, inefficiënt en corrupt bureaucratisch systeem heeft, waardoor oproepen niet aankomen, terwijl de dienstplicht wel geldt. Ook heeft verweerder ten onrechte tegengeworpen dat slechts uit één enkele bron volgt dat het belang van mobiliseren zwaarder weegt dan procedurele regels. Verweerder miskent daarmee dat er in Rusland beperkte persvrijheid en censuur is en dat daarom überhaupt slechts een beperkt aantal bronnen beschikbaar is. In die omstandigheden is de kwaliteit van de bron belangrijker dan het aantal bronnen dat wordt aangehaald. Ook is ten onrechte tegengeworpen dat eiser niet aannemelijk gemaakt heeft dat hij als inactieve reservist gevaar loopt. Eiser heeft in 2019-2020 reeds zijn dienstplicht voldaan en zal daarom in het Uniform Militair Register (UMR) geregistreerd staan. Eiser loopt daarom kans gemobiliseerd te worden als het UMR eenmaal operationeel is, zeker nu de nummering van reservisten de volgorde van oproepen bepaalt. Eiser behoort daarmee tot een risicogroep, nu uit diverse bronnen blijkt dat inactieve reservisten worden opgeroepen en onder druk worden gezet. Eiser verwijst in dit kader naar passages van het Algemeen Ambtsbericht van 2025, waaruit blijkt dat het mobilisatiedecreet juridisch gezien nooit is beëindigd sinds 2022 en dat reservisten oproepen ontvangen voor militaire trainingen van maximaal twee maanden. De registratie in UMR vormt een risico om te worden opgeroepen, zeker nu de Russische autoriteiten onvoorspelbaar handelen hierin.
4.2
Ook de vrees vanwege de politieke overtuiging is ten onrechte niet aannemelijk geacht door verweerder. Verweerder miskent dat in autoritaire regimes zoals in Rusland geen vrijheid van meningsuiting bestaat, omdat reële angst bestaat voor vervolging, uitsluiting of mishandeling. Eiser voert aan dat zelfcensuur vaak een bewijs is van vervolgingsvrees en dat uit jurisprudentie van het EHRM ook volgt dat de context waarin een vreemdeling zich bevindt relevant is voor de beoordeling van politieke overtuiging. Daarbij is de gestelde angst van eiser vanwege de veiligheid van zijn vader reëel, omdat bekend is dat ook familieleden van uitgesproken personen vervolgd worden door het regime in Rusland en dat hackers ook anonieme uitingen online kunnen opsporen.
4.3
Gelet op dit alles heeft verweerder ten onrechte geen asielvergunning verleend vanwege gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade.
4.4
In het kader van de ambtshalve toetsing aan artikel 8 EVRM familieleven heeft verweerder ook de emotionele afhankelijkheid tussen eiser, zijn moeder en zus miskend. Door de traumatische gebeurtenissen die eiser heeft meegemaakt in het leger en de angst voor represailles bij terugkeer naar Rusland is de band tussen hen erg sterk.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank geeft eiser geen gelijk en overweegt daartoe als volgt.
Poging tot oproep voor (gedeeltelijke) mobilisatie
5.1
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de poging tot oproepen van eiser tot mobilisatie niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Het betoog van eiser dat zijn stelling is onderbouwd met een document met objectieve informatie, waarin is vermeld dat hij strafrechtelijk wordt vervolgd wegens het zich onttrekken aan militaire dienstplicht en vervangende burgerdienst, volgt de rechtbank niet. Uit de vervangende verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van 17 oktober 2025 blijkt immers dat - gelet op het ontbreken van voldoende, betrouwbaar vergelijkingsmateriaal - geen uitspraak kan worden gedaan over de echtheid van het document. De ter zitting ontstane onduidelijkheid over de verklaring van onderzoek is naar het oordeel van de rechtbank weggenomen door deze vervangende verklaring van onderzoek en de daarop door verweerder gegeven schriftelijke toelichting. De vermelding ‘Kazachstan’ is een kennelijke vergissing van administratieve aard geweest bij het opstellen van de verklaring die de beoordeling van het document door BD ook niet beïnvloed heeft. Wat daar ook verder van zij, er is volgens BD geen referentiemateriaal beschikbaar voor het onderzoeken van dit document en daarom kan het niet op echtheid worden onderzocht. Gelet hierop mocht verweerder concluderen dat aan dit document niet de bewijswaarde toekomt die eiser daaraan wenst te hechten.
5.2
Los van het voorgaande, ook al zou met toepassing van de leer van het arrest
L.H. tegen Nederlandvoorbij worden gegaan aan het feit dat de authenticiteit van het document niet vast te stellen is, dan nog is de mobilisatie van eiser of het onttrekken daaraan niet aannemelijk gemaakt met dit document. Zo mocht verweerder tegenwerpen dat de inhoud van het document niet rijmt met het meest recente Thematisch Ambtsbericht Russische Federatie van 14 februari 2025, waaruit volgt dat op dit moment voor reservisten enkel administratiefrechtelijke handhaving van het ontduiken van een mobilisatieoproep plaatsvindt door het opleggen van boetes en dat er, anders dan het document doet vermoeden, niet het beeld bestaat dat er strafrechtelijke vervolging plaatsvindt.
5.3
Ook mocht verweerder tegenwerpen dat verklaringen van eiser op dit punt geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Zo mocht worden tegengeworpen dat eiser in de zienswijze erkend heeft dat hij niet volgens de geldende procedure in persoon is opgeroepen en dat ook niet gebleken is dat eiser een digitale oproep voor de dienstplicht heeft ontvangen. Dat eiser niet kan of niet durft in te loggen op het digitale overheidssysteem
Gosuslugiom te kijken of hij een dergelijke oproep heeft ontvangen, komt in dit geval voor eigen rekening en risico.
5.4
Ook de status van eiser als inactieve reservist en de mogelijke registratie van eiser in het UMR maakt het oordeel hier niet anders. Op de zitting heeft de gemachtigde namens verweerder erkend dat niet ongeloofwaardig geacht wordt dat eiser als inactieve reservist heeft te gelden vanwege het jaar militaire training dat hij in 2019 – 2020 gevolgd heeft. Uit het Algemeen Ambtsbericht Russische Federatie 2023 en het meest recente Thematische Ambtsbericht van 14 februari 2025 volgt ook dat voor (inactieve) reservisten geldt dat zij eerst opgeroepen moeten worden om gemobiliseerd te worden. Deze oproep kan sinds 2023 zowel in persoon worden uitgereikt, als per post of digitaal worden verzonden. Niet in geschil is dat de oproep niet in persoon aan eiser is uitgereikt en ook niet aannemelijk gemaakt is dat eiser deze oproep schriftelijk per post of via de digitale weg heeft ontvangen. Daarbij mocht verweerder betrekken dat uit de Ambtsberichten volgt dat er volgens de Russische overheid en Kremlingetrouwe media geen plannen zijn om weer mobilisatieoproepen te verzenden aan reservisten en dat volgens
the Institute for the Study of War(ISW) ook niet aannemelijk is dat dit snel volgt vanwege de maatschappelijke onrust die het teweegbrengt. Nu het UMR nog niet volledig operationeel is en nu ook niet aannemelijk is dat er bijzondere interesse bestaat voor inzet van eiser als militair, nu hij, buiten zijn jaar basistraining, verder niet over specifieke relevante militaire kennis en vaardigheden beschikt, mocht verweerder concluderen dat eiser, nog afgezien van het ontbreken van bewijs voor een mobilisatie-oproep, ook niet anderszins aannemelijk gemaakt heeft dat hij gegronde vrees voor vervolging heeft vanwege het negeren van een dergelijke mobilisatieoproep. Dat eiser als (inactieve) reservist mogelijk in de toekomst een oproep kan ontvangen betreft een onzekere, nog niet aannemelijk gemaakte gebeurtenis.
5.5
De beroepsgronden slagen niet.
Politieke overtuiging
5.6
De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden geconcludeerd heeft dat eiser niet aannemelijk gemaakt heeft dat hij gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer vanwege zijn politieke overtuiging. In dit kader mocht verweerder aan eiser tegenwerpen dat hij zelf verklaard heeft dat hij nooit eerder publieke uiting heeft gegeven aan zijn politieke overtuiging, zowel in Rusland als in Nederland, en dat eiser enkel zijn politieke overtuiging in persoonlijke kring gedeeld heeft met vrienden en familie. Eiser heeft nooit eerder deelgenomen aan demonstraties, (online) politieke bijeenkomsten of anderszins publieke uitingen gedaan van zijn politieke overtuiging. In dergelijke omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder terughoudendheid van eiser verwacht bij het uiten van zijn politieke overtuiging bij terugkeer, nu het uitgangspunt voor de beoordeling is dat eiser het gedrag dat hij tot nu toe heeft geuit buiten de repressieve context van zijn land van herkomst zal herhalen. Nu eiser bovendien verklaard heeft dat hij nooit eerder problemen heeft gehad vanwege zijn politieke overtuiging, mocht verweerder concluderen dat niet aannemelijk is dat er negatieve belangstelling van de Russische autoriteiten voor eiser bestaat bij terugkeer. De beroepsgronden slagen niet.
Artikel 8 EVRM
5.7
Tot slot heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om een reguliere verblijfsvergunning op grond van het recht op familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM aan eiser te verlenen. Familieleven met bijkomende elementen van afhankelijkheid, bijvoorbeeld door een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen eiser en zijn moeder, zus en partner, is niet aannemelijk gemaakt. De enkele stelling dat de band tussen eiser en zijn familieleden hecht is vanwege nare ervaringen in Rusland is daartoe onvoldoende onderbouwing. De beroepsgronden slagen niet.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de asielaanvraag van eiser op juridisch juiste gronden heeft afgewezen. Ook het terugkeerbesluit blijft in stand.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en de uitspraak is verzonden op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Algemeen Ambtsbericht Russische Federatie maart 2023, zie pagina 65.