Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en het bestreden besluit wordt vernietigd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. Eiser heeft een asielaanvraag ingediend. Eiser heeft daarbij aangevoerd dat zijn vrouw de Nederlandse nationaliteit heeft en dat zijn vrouw op [geboortedatum 2] 2025 is bevallen van een dochter. Hij had weliswaar een Spaans visum, maar deze heeft hij niet gebruikt. Hij is rechtstreeks vanuit Jordanië naar Amsterdam gevlogen. In Palestina wordt eiser onderdrukt en hij was daar krijgsgevangene. Hij wil in Nederland voor zijn gezin zorgen. Hij heeft niemand in Spanje en heeft geen leven daar. De minister heeft deze asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat volgens de minister de autoriteiten van Spanje verantwoordelijk zijn voor de behandeling daarvan. Uit EU-VISis namelijk gebleken dat eiser door Spanje in het bezit is gesteld van een visum, dat geldig was van 30 mei 2024 tot
29 mei 2025. De minister heeft de autoriteiten van Spanje verzocht om overname van eiser op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening.De Spaanse autoriteiten zijn hiermee akkoord gegaan.
5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hierna zal de rechtbank, voor zover van belang, ingaan op de beroepsgronden.
6. Eiser voert aan dat de minister er ten onrechte vanuit gaat dat Spanje als visum verlenend land verantwoordelijk is. Eiser is rechtstreeks vanuit Jordanië naar Amsterdam gevlogen. Hij heeft geen gebruik gemaakt van zijn visum. Hij benadrukt dat het visum in Palestina is afgegeven door de Spaanse ambassade, omdat de Nederlandse ambassade in Palestina gesloten was vanwege de oorlog en hij daar dus niet terecht kon.
7. De minister stelt dat de omstandigheid dat eiser beschikte over een Spaans visum voldoende is voor de verantwoordelijkheid van Spanje en de omstandigheid dat hij niet vanuit Spanje is gereisd daar geen invloed op heeft. De minister wijst er ook op dat de Spaanse autoriteiten de Dublinclaim hebben geaccepteerd.
8. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt. Uit EU-Vis blijkt dat aan eiser een visum is afgegeven door de Spaanse autoriteiten. De Spaanse autoriteiten hebben vervolgens de Dublinclaim van de minister geaccepteerd. De minister mag ervan uitgaan dat Spanje bij het beoordelen van de Dublinclaim op deugdelijke wijze heeft vastgesteld dat eiser zich daadwerkelijk met het visum toegang heeft verschaft tot het Schengengrondgebied. Het is dan verder aan eiser om aannemelijk te maken dat dit niet het geval is. Eiser is daarin niet geslaagd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij visumvrij vanuit Jordanië naar Nederland is gereisd. Ook heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat sprake is geweest van een vertegenwoordigingsregeling op grond waarvan Spanje is gevraagd om namens Nederland het visum af te geven. De stelling van eiser dat de Nederlandse ambassade dicht was doet hier niet aan af, maar zal door de rechtbank worden betrokken in het kader van de toets aan artikel 17 van de Dublinverordening. De beroepsgrond slaagt niet.
Het interstatelijk vertrouwensbeginsel
9. In Dublinzaken geldt het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit houdt in dat de minister er als uitgangspunt op mag vertrouwen dat andere lidstaten zich houden aan hun verplichtingen uit het Unierecht en mensenrechtenverdragen. Dat ook ten aanzien van Spanje kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel is bevestigd door de hoogste bestuursrechter op 22 augustus 2023 en 24 juni 2024.Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. Eiser is daar naar het oordeel van de rechtbank niet in geslaagd.
10. De door eiser ingebrachte stukken zijn meegenomen in de hiervoor genoemde uitspraken. Het persoonlijk relaas van eiser biedt geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de asielprocedure in Spanje niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Hiertoe is van belang dat eiser rechtstreeks van Jordanië naar Nederland is gereisd en niet in Spanje is geweest. Hij heeft geen asielaanvraag ingediend in Spanje, waardoor hij niet uit eigen ervaring kan verklaren over de asielprocedure en asielopvang in Spanje. Verder heeft de minister er op kunnen wijzen dat eiser zich bij voorkomende problemen in Spanje kan wenden tot de daartoe aangewezen (hogere) autoriteiten van Spanje of de daarvoor aangewezen instanties. Niet is gebleken dat de Spaanse autoriteiten hem niet zouden willen of kunnen helpen, hetgeen ook niet blijkt uit de overgelegde stukken.
Discretionaire bevoegdheid in de zin van artikel 17 van de Dublinverordening
11. Een lidstaat kan besluiten een bij hem ingediend verzoek om internationale bescherming van een onderdaan van een derde land of een staatloze te behandelen, ook al is hij daartoe niet verplicht op grond van de criteria in de Dublinverordening. Dit volgt uit artikel 17, eerste lid, van deze verordening. De minister maakt terughoudend gebruik van deze bevoegdheid. De minister gebruikt deze bevoegdheid indien bijzondere, individuele omstandigheden maken dat de overdracht van de vreemdeling aan de verantwoordelijke lidstaat van een onevenredige hardheid getuigt.
12. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister de asielaanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich had moeten trekken. Eiser is op
[datum] 2023 getrouwd met een in Nederland woonachtige vrouw van Nederlandse nationaliteit en zij hebben een pasgeboren dochter met de Nederlandse nationaliteit. Eiser wil zorgen voor zijn gezin en samen met hen een stabiel en gelukkig leven opbouwen. Eiser woont officieel in het asielzoekerscentrum in [plaats 1] , maar is fulltime te vinden bij zijn gezin in [plaats 2] waar hij volledig deelneemt aan de zorg voor zijn dochter: het verschonen van de kleding, het baden, voeden en het begeleiden naar afspraken bij de gemeente en medische instanties. Eiser heeft geen sociale binding in Spanje, noch een woning of werk. De toekomst van eiser is in Nederland bij zijn gezin. Het voorgaande brengt volgens eiser mee dat een overdracht aan Spanje getuigt van een onevenredige hardheid. Eiser meent ook dat hij in aanmerking komt voor een vergunning op grond van het arrest Chavez-Vilchez.
13. De minister stelt zich op het standpunt dat het feit dat eiser aan Spanje wordt overgedragen niet van onevenredige hardheid getuigt. Op de zitting heeft de minister toegelicht dat ten onrechte een uitgebreide toets aan Chavez-Vilchez- arrest heeft plaatsgevonden in de plaats van een “lichte toets” zoals die in het informatiebericht (IB) 2021/33 staat. Dit heeft volgens de minister geen gevolgen voor het bestreden besluit. In dit geval is volgens de minister onvoldoende aannemelijk geworden dat eisers dochter afhankelijk is van hem. Eiser voert weliswaar samen met zijn vrouw zorgtaken uit, maar dat is onvoldoende om te kunnen spreken van een afhankelijkheidsverhouding zoals bedoeld in het arrest Chavez-Vilchez. Ook heeft eiser volgens de minister geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat zijn dochter ontwikkelingsschade zou oplopen als eiser wordt overgedragen aan Spanje.
14. De rechtbank is allereerst van oordeel dat de minister onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij in dit specifieke geval geen gebruik heeft gemaakt van de in artikel 17 van de Dublinverordening gegeven bevoegdheid. Hierbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Eiser had voor zijn komst naar Nederland een Nederlandse vrouw. Hij is rechtstreeks naar Nederland gereisd op basis van een Spaans visum, omdat de Nederlandse ambassade in Palestina gesloten was vanwege de oorlog. Dit is door de minister niet betwist en ten onrechte niet meegenomen als bijzondere omstandigheid.
14.1.Verder is het bestreden besluit naar het oordeel van de rechtbank niet in overeenstemming met het IB 2021/33. De minister concludeert immers dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden uit het arrest Chavez-Vilchez, terwijl uit het IB 2021/33 blijkt dat de minister in het kader van artikel 17 van de Dublinverordening geen volledige toets aan het arrest Chavez-Vilchez dient te verrichten. Volgens het IB 2021/33 betreft het een “lichte toets” naar de vraag of eiser verzorgende ouder is van het kind. Deze toets bestaat uit een feitencheck op vier voorwaarden: (1) het kind heeft de Nederlandse nationaliteit, (2) de identiteit en nationaliteit van de derdelander ouder staat zonder twijfel vast, (3) de (familierechtelijke) relatie tussen de derdelander ouder en het kind is aannemelijk en (4) de derdelander ouder is de verzorgende ouder en er bestaat een afhankelijkheidsverhouding tussen kind en ouder. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom niet wordt voldaan aan de “lichte toets”, waardoor de zaak, middels toepassing van artikel 17 van de Dublinverordening kan worden opgenomen in de nationale procedure. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
14.2.Niet in geschil is dat aan de eerste drie voorwaarden van de feitencheck uit het IB 2021/33 is voldaan. Ook is niet in geschil dat eiser de verzorgende ouder is van zijn dochter. De minister werpt eiser echter tegen dat er geen sprake is van een afhankelijkheidsverhouding, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat eisers dochter hem echt nodig heeft. Als hij aan Spanje zou worden overgedragen, kan de moeder voor de dochter zorgen, aldus de minister. De rechtbank is van oordeel dat de minister hier een te hoge maatstaf hanteert en ten onrechte uitgaat van een exclusieve afhankelijkheid van de dochter ten opzichte van haar vader. Voor een dergelijke toets bestaat geen grondslag in het beleid over het arrest Chavez-Vilchez (IB 2032/31). Daarnaast is het ook niet in overeenstemming met de “lichte toets” die wordt voorgeschreven in het IB 2021/33. Dit levert een motiveringsgebrek op. De minister zal in een nieuw te nemen besluit moeten motiveren waarom geen sprake is van aan afhankelijkheidsverhouding. Hierbij moet de minister betrekken dat eiser weliswaar een meldplicht heeft, maar dat hij fulltime is te vinden bij zijn gezin in [plaats 2] . Ook moet de minister in het hogere belang van het kind alle relevante omstandigheden betrekken. Dit betekent dat moet worden meegewogen dat het hier gaat om een zeer jong kind en de minister moet motiveren waarom het vertrek van eiser, waarmee het kind samenwoont en die onbetwist zorgtaken verricht, geen risico oplevert voor de emotionele ontwikkeling en het evenwicht van het kind (IB 2032/31). Daarbij wijst de rechtbank op het belang van het kind om op te groeien met beide ouders en het belang van een veilige hechting. Zoals gezegd betreft dit alles een “lichte toets” en geen volledige toets aan het arrest Chavez-Vilchez. In de volledige toets aan dit arrest zou bij twijfel onderzoek gedaan kunnen worden door de Raad voor de Kinderbescherming (IB 2032/31). De rechtbank geeft mee dat dit te ver strekt in het kader van deze procedure en het bij twijfel eerder voor de hand ligt om de asielaanvraag van eiser met toepassing van artikel 17 van de Dublinverordening op te nemen in de nationale procedure. De volledige toets aan het arrest Chavez-Vilchez, welke een resttoets betreft, en de eventuele twijfels over de afhankelijkheid, kunnen na afronding van de inhoudelijke asielprocedure, verricht worden door de Chavez-unit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, zoals ook voorgeschreven in IB 2021/33. De beroepsgrond van eiser slaagt.