Deze uitspraak betreft de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres, die op 10 juni 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indiende. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 17 oktober 2024 afgewezen, omdat de problemen van eiseres met een bende in Bogotá als ongeloofwaardig werden beschouwd. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld, waarbij zij aanvoert dat de minister ten onrechte haar verklaringen over de bedreigingen en de reden van haar late asielaanvraag ongeloofwaardig acht. De rechtbank heeft de zaak op 1 oktober 2025 behandeld, waarbij zowel eiseres als haar gemachtigde en de gemachtigde van de minister aanwezig waren. Eiseres heeft betoogd dat zij niet eerder een asielaanvraag heeft ingediend omdat zij voornemens was terug te keren naar Colombia, maar dat zij na bedreigingen van de bende besloot om asiel aan te vragen. De rechtbank oordeelt dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en dat er geen verschoonbare reden voor deze vertraging is. De rechtbank komt tot de conclusie dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.