ECLI:NL:RBDHA:2025:22514

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
NL25.56039
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verwijzing naar Kroatië

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Asiel en Migratie een besluit genomen om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en afgewezen, omdat de rechtbank reeds uitspraak had gedaan in een gerelateerde zaak, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.56039

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

v-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij het besluit van 13 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.56038, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 26 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.