ECLI:NL:RBDHA:2025:22500

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
C/09/692053 / JE RK 25-1654
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in het kader van ondertoezichtstelling

In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag op 28 oktober 2025 een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna te noemen [minderjarige]. De kinderrechter heeft de machtiging verlengd voor de duur van de ondertoezichtstelling, die loopt tot 3 mei 2026. De gecertificeerde instelling, Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, heeft het verzoek ingediend om de machtiging te verlengen, omdat [minderjarige] momenteel in een reguliere plek verblijft bij [instelling] in Epe, waar zij voldoende rust en stabiliteit heeft gevonden om behandeld te worden. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de vader van [minderjarige] niet in staat is om de dagelijkse zorg voor haar te bieden, gezien de complexiteit van haar problematiek. De kinderrechter heeft de belangen van [minderjarige] vooropgesteld en geconcludeerd dat professionele begeleiding noodzakelijk is. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De beschikking is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 7 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/692053 / JE RK 25-1654
Datum uitspraak: 28 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd in Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlage, ontvangen op 23 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2025. Daarbij was aanwezig:
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover en e-mail gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De gecertificeerde instelling heeft daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
Bij beschikking van 11 januari 2023 van de kinderrechter in deze rechtbank is het gezag van de moeder over [minderjarige] beëindigd.
2.3.
[minderjarige] verblijft bij [instelling] in Epe.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 1 mei 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 3 mei 2026 en een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 3 juli 2025.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 juni 2025 de machtiging om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 3 november 2025 verlengd.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] verblijft nu op een reguliere plek bij [instelling] , waar zij een langere tijd mag blijven. In de weekenden gaat [minderjarige] op verlof naar huis. Zij heeft nu voldoende rust en stabiliteit gevonden om behandeld te kunnen worden. Er is hulpverlening vanuit GGZ Buitengewoon opgestart. [minderjarige] is nu bezig met het voortraject om een goede band met haar behandelaar op te bouwen en daarna zal worden gestart met traumatherapie. De jeugdbeschermer heeft [minderjarige] daarnaast bij de WMO Den Haag aangemeld voor beschermd wonen en zij heeft een indicatie hiervoor gekregen. Er wordt gezocht naar een passende plek voor [minderjarige] , maar dit is lastig omdat zij voor verschillende plekken meerderjarig moet zijn. Er wordt gezocht naar een kleinschalige woonplek voor jongvolwassenen, waar [minderjarige] langdurig kan verblijven en intensief contact kan onderhouden met haar vader.

4.De beoordeling

4.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1]
4.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Gezien wordt dat de vader en [minderjarige] veel van elkaar houden, maar dat de problematiek van [minderjarige] te complex is voor de vader om haar dagelijks te kunnen verzorgen. [minderjarige] heeft professionele begeleiding nodig en deze kan de vader niet bieden. Wel is het belangrijk dat [minderjarige] het intensieve contact met haar vader kan behouden. [minderjarige] verblijft nu op een plek waar het goed met haar gaat en waar zij is gestart met het voortraject om traumatherapie te kunnen gaan krijgen. Het is daarvoor van belang dat zij op een stabiele plek verblijft totdat zij door kan stromen naar een passende vervolgplek. Gelet daarop zal de kinderrechter het verzoek voor de duur van de ondertoezichtstelling verlengen.
4.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 3 mei 2026;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 7 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.