De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen, geboren in 2015, 2018 en 2019, die bij hun moeder wonen. Ondanks enkele positieve ontwikkelingen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen, zijn er nog steeds ernstige zorgen over hun ontwikkeling, met name op het gebied van concentratie, taalbegrip en sociale interacties. De ouders zijn gescheiden en gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.
De moeder voert verweer en stelt dat de situatie voldoende is verbeterd om zonder ondertoezichtstelling verder te gaan, terwijl de vader instemt met verlenging en zelfs wenst dat de kinderen onder toezicht blijven tot hun meerderjarigheid. De kinderrechter constateert dat de kinderen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd, mede door het voortdurende conflict en gebrek aan effectieve communicatie tussen de ouders.
De kinderrechter acht het noodzakelijk dat er gezinsopnames plaatsvinden om de sociale interacties tussen kinderen en ouders beter in kaart te brengen, waarna gerichte hulpverlening kan worden ingezet. De ondertoezichtstelling wordt daarom met een jaar verlengd en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk.