De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 28 oktober 2025 een beschikking gegeven waarin de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige worden verlengd tot 2 februari 2026. De minderjarige verblijft deels bij een jeugdhulpinstelling en deels bij de moeder. Hoewel er positieve ontwikkelingen zijn en het goed gaat met de minderjarige, is het noodzakelijk dat de hulpverlening wordt voortgezet totdat een warme overdracht naar het vrijwillig kader kan plaatsvinden.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek tot verlenging ingediend vanwege zorgen over de thuissituatie bij de moeder, waar conflicten tussen de moeder en de vader van het halfbroertje kunnen escaleren. De moeder en vader werken mee aan de hulpverlening. De kinderrechter heeft vastgesteld dat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan en dat de verlenging in het belang is van de verzorging en opvoeding van de minderjarige.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De beschikking is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na dagtekening, waarvoor een advocaat nodig is.