ECLI:NL:RBDHA:2025:22491

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
C/09/689574 / JE RK 25-1388
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige

In deze beschikking van de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 28 oktober 2025, wordt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige verlengd tot 28 december 2025. De zaak betreft de minderjarige, geboren in 2007, die onder toezicht staat van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de moeder instemt met de verlenging en dat er positieve ontwikkelingen zijn in de situatie van de minderjarige, die therapie volgt en goed functioneert op school. De kinderrechter heeft de zitting met gesloten deuren gehouden, waarbij de moeder en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig waren. De vader was niet verschenen, maar was wel opgeroepen. De kinderrechter heeft de minderjarige de gelegenheid gegeven om haar mening te delen, wat heeft geleid tot een positieve beoordeling van de situatie. De kinderrechter concludeert dat de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, en dat de jeugdbeschermer betrokken moet blijven tot aan haar meerderjarigheid. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/689574 / JE RK 25-1388
Datum uitspraak: 28 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlage, ontvangen op 4 augustus 2025;
- het rapport van de Raad als bedoeld in artikel 1:265j lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW) van 8 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] bijzondere toestemming verleend om ter zitting aanwezig te zijn.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige] is erkend door de vader.
2.2.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.3.
[minderjarige] verblijft bij de [hulpinstantie] .
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 oktober 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 8 november 2025.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 april 2025 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 8 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot 28 december 2025. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De afgelopen periode is [minderjarige] gestart met therapie bij [instantie] . Ook de moeder is gestart met een persoonlijk traject. Wanneer de moeder en [minderjarige] er klaar voor zijn, kan het gezin starten met systeemtherapie om aan hun onderlinge relatie te werken. [minderjarige] is dit schooljaar ook gestart met de VEVA-opleiding. De komende periode zal gericht zijn op het doorzetten van de positieve ontwikkeling bij [minderjarige] en het voorbereiden op haar volwassenheid. Er is een woonplek gevonden voor [minderjarige] , maar omdat deze woonplek een maatwerkconstructie betreft en niet valt onder verlengde jeugdhulp, is het moeilijk om hiervoor de financiering geregeld te krijgen. Mocht dit niet lukken, dan kan [minderjarige] bij [hulpinstantie] blijven tot zij achttien en een half jaar oud is. Daarnaast probeert de jeugdbeschermer de financiering voor de persoonlijke therapie van [minderjarige] en de systeemtherapie te regelen voor het moment dat [minderjarige] volwassen is.

4.Het standpunt

4.1.
De moeder stemt in met het verzochte. Zij is blij met hoe het contact tussen haar en [minderjarige] nu is en hoe goed [minderjarige] het nu doet. De moeder vindt het wel spannend dat [minderjarige] naar een andere woonplek zal gaan. De moeder heeft haar therapie afgerond en is klaar voor de systeemtherapie. Het voortraject voor de systeemtherapie is nu doorlopen, en gekeken moet worden wanneer [minderjarige] er ook klaar voor is. De systeemtherapie zal zich in het begin richten op de moeder en [minderjarige] , maar de vader zal ook bij het traject aansluiten.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2]
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Uit de stukken en de toelichting op de zitting blijkt zonder meer dat er sprake is van positieve ontwikkelingen. [minderjarige] heeft de afgelopen periode hard aan zichzelf gewerkt door middel van therapie en kan haar emoties beter reguleren. Het gaat goed met [minderjarige] op de woongroep en [minderjarige] heeft het daarnaast erg naar haar zin op de VEVA-opleiding. De kinderrechter is bezorgd dat er nog geen systeemtherapie heeft plaatsgevonden met [minderjarige] en haar ouders. Dat kan pas worden opgestart als [minderjarige] haar EMDR therapie heeft afgerond, en dat gaat binnenkort beginnen. Tussen [minderjarige] en haar ouders en broer is positief contact maar dit is pril. [minderjarige] heeft hier de komende periode nog ondersteuning en begeleiding bij nodig. Het is noodzakelijk dat de jeugdbeschermer betrokken blijft tot aan de meerderjarigheid van [minderjarige] om ervoor te zorgen dat de positieve ontwikkelingen voortgezet blijven worden. Daarnaast moet [minderjarige] voorbereid worden op haar meerderjarigheid, en moet de financiering geregeld worden voor de hulpverlening en de zelfstandige woonvoorziening van [minderjarige] voor na haar achttiende verjaardag. Een korte verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing tot aan de meerderjarigheid van [minderjarige] is noodzakelijk. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] tot 28 december 2025.
5.3.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 28 december 2025;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 28 december 2025;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 7 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.