ECLI:NL:RBDHA:2025:22475
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het beroep van eiseres behandeld dat is ingediend tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiseres had op 8 november 2024 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf, maar de minister heeft niet tijdig beslist. De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn met drie maanden heeft verlengd, maar dat deze termijn inmiddels is verstreken. Eiseres heeft de minister op 25 augustus 2025 verzocht om binnen twee weken te beslissen, maar de rechtbank concludeert dat het beroepschrift prematuur is ingediend, aangezien de beslistermijn op 10 september 2025 verstreken was en het beroep op 4 september 2025 is ingediend. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft ook het verzoek van eiseres om vrijstelling van het griffierecht toegewezen, waardoor zij geen griffierecht hoeft te betalen. De uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, en openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.