ECLI:NL:RBDHA:2025:22475

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
NL25.42612
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het beroep van eiseres behandeld dat is ingediend tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiseres had op 8 november 2024 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf, maar de minister heeft niet tijdig beslist. De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn met drie maanden heeft verlengd, maar dat deze termijn inmiddels is verstreken. Eiseres heeft de minister op 25 augustus 2025 verzocht om binnen twee weken te beslissen, maar de rechtbank concludeert dat het beroepschrift prematuur is ingediend, aangezien de beslistermijn op 10 september 2025 verstreken was en het beroep op 4 september 2025 is ingediend. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft ook het verzoek van eiseres om vrijstelling van het griffierecht toegewezen, waardoor zij geen griffierecht hoeft te betalen. De uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, en openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.42612

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer]
mede namens haar minderjarige kind:

[naam],V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. H.M.A. Breuls),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf van 8 november 2024
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]
1.2.
Eiseres heeft gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eiseres hoeft dus geen griffierecht te betalen.

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk?
2. De minister moet uiterlijk binnen 90 dagen na het ontvangen van de aanvraag beslissen. [2] De minister heeft deze termijn met drie maanden verlengd. De rechtbank stelt vast dat deze termijn is verstreken. [3] Eiseres heeft de minister, met de brief van 25 augustus 2025, door de minister ontvangen op 26 augustus 2025, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. (de zogenoemde ingebrekestelling) [4] Deze termijn ving aan één dag na ontvangst van de brief van 25 augustus. . [5] In het geval van eiseres begon deze termijn dus op 27 augustus 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn daarom is verstreken op 10 september 2025. Eiseres heeft het beroepschrift ingediend op 4 september 2025. Het beroep is daarom prematuur ingediend en voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen. [6]

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiseres te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 2u, eerste lid van de Vreemdelingenwet (Vw).
3.Artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb.
4.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb.
5.Artikel 4:17, derde lid, van de Awb.
6.Zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.