In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 27 november 2025, wordt het beroep van een Oekraïense eiser behandeld tegen de buitenbehandelingstelling van zijn asielaanvraag en een terugkeerbesluit. Eiser had op 24 september 2024 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel ingediend, maar deze werd op 28 augustus 2025 buiten behandeling gesteld. Eiser was het hier niet mee eens en stelde dat verweerder had moeten toetsen of er een risico op refoulement bestond bij terugkeer naar Oekraïne. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet voldoende heeft getoetst aan het beginsel van non-refoulement, wat betekent dat een vluchteling niet mag worden teruggestuurd naar een land waar zijn leven of vrijheid in gevaar is. De rechtbank vernietigt het terugkeerbesluit, maar verklaart het beroep tegen de buitenbehandelingstelling ongegrond. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van € 1814,- toegekend.