ECLI:NL:RBDHA:2025:22452
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening over arbeidsmarktaantekening in verblijfssticker
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op het verzoek om een voorlopige voorziening van een verzoeker van Egyptische nationaliteit, die bezwaar heeft gemaakt tegen de plaatsing van een verblijfssticker in zijn paspoort. Deze sticker vermeldt dat arbeid wel is toegestaan, maar dat een tewerkstellingsvergunning (TWV) vereist is. De minister van Asiel en Migratie heeft op 25 september 2025 deze sticker geplaatst, waarop de verzoeker bezwaar heeft gemaakt. Hij verzoekt de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die hem een verblijfssticker verleent met een andere arbeidsmarktaantekening, namelijk dat arbeid als zelfstandige is toegestaan en arbeid in loondienst alleen met TWV.
De voorzieningenrechter heeft, met toestemming van partijen, zonder zitting uitspraak gedaan. De minister heeft op 27 oktober 2025 laten weten zich niet te verzetten tegen de toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening. Gezien het feit dat de minister geen bezwaren heeft en er geen andere beletselen zijn, heeft de voorzieningenrechter het verzoek toegewezen. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat de minister per direct de gevraagde verblijfssticker met de nieuwe arbeidsmarktaantekening moet afgeven.
Daarnaast is de minister veroordeeld tot betaling van het griffierecht en de proceskosten van de verzoeker. De proceskosten zijn vastgesteld op € 907,-, gebaseerd op de rechtsbijstand door de gemachtigde van de verzoeker. De uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, in aanwezigheid van griffier mr. I.S. Roefs, en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.