ECLI:NL:RBDHA:2025:22449
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Koerdische Turk wegens onvoldoende aannemelijkheid risico
Eiser, een Koerdische Turk, vroeg asiel aan op grond van lidmaatschap van de HDP, Koerdische etniciteit en problemen met Koerdische Hezbollah en militaire dienstplicht. De minister wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij persoonlijk risico loopt op vervolging of ernstige schade.
De rechtbank bevestigt dat de minister terecht oordeelde dat de ervaringen van familieleden niet zonder meer op eiser zelf van toepassing zijn. Ook is onvoldoende bewijs geleverd dat de strafzaak tegen eiser politiek gemotiveerd is. De minister achtte de verklaringen over Hezbollah en militaire dienstplicht ongeloofwaardig, mede omdat eiser sinds vertrek uit Turkije geen problemen meer ondervond en geen samenhangend verhaal gaf.
De rechtbank concludeert dat eiser niet voldoet aan het individualiseringsvereiste en dat zijn problemen niet leiden tot een reëel risico op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.