ECLI:NL:RBDHA:2025:22422

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
NL24.33098
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing aanvraag mvv voor verblijf bij partner in Nederland

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 13 november 2025, wordt het beroep van eiser, een Soedanese man, behandeld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn partner in Nederland te kunnen wonen. De aanvraag werd afgewezen door de minister van Asiel en Migratie, die stelde dat de liefdesrelatie tussen eiser en zijn partner niet aannemelijk was gemaakt. Eiser had zijn aanvraag ingediend omdat hij sinds 2018 een relatie heeft met zijn partner, die in Nederland woont en de Nederlandse nationaliteit heeft. De rechtbank oordeelt dat het besluit van de minister gebrekkig is, omdat de overgelegde bewijsmiddelen onvoldoende in onderlinge samenhang zijn beoordeeld. Eiser had verschillende documenten overgelegd ter onderbouwing van zijn relatie, waaronder verklaringen van vrienden en familie, maar de minister had deze onvoldoende gewaardeerd. De rechtbank concludeert dat er wel degelijk sprake is van een duurzame en exclusieve relatie, en dat de minister een belangenafweging had moeten maken in het kader van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op om binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.33098
[V-Nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedatum] 1992, van Soedanese nationaliteit, eiser
(gemachtigde: mr. P. le Heux)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank op het beroep van eiser gericht tegen de afwijzing van zijn aanvraag om verblijf bij zijn partner, [naam 1] .
1.1.
Bij besluit van 7 december 2023 is de aanvraag van eiser afgewezen. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2.
Bij besluit van 29 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het door eiser ingestelde bezwaar ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 30 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben mr. J.A. de Jonge, als waarnemend gemachtigde van eiser, en [naam 1] deelgenomen. Verweerder heeft zich voorafgaand aan de zitting afgemeld.

Overwegingen

Achtergrond en besluitvorming
2. Eiser heeft een mvv [1] aanvraag ingediend, omdat hij in Nederland wil verblijven bij [naam 1] (referent). Referent is geboren in Ethiopië, met de Soedanese nationaliteit, en verblijft sinds 1989 in Nederland met een asielstatus. Sinds 1996 heeft referent de Nederlandse nationaliteit. Eiser en referent kennen elkaar naar eigen zeggen sinds 2010 en hebben sinds 2018 een liefdesrelatie. Volgens eiser is de relatie pas recentelijk geïntensiveerd, omdat eiser zich eerst wilde focussen op zijn werk en studie. Nu wil eiser graag met referent samenwonen in Nederland. Eiser heeft ook de Soedanese nationaliteit, maar verblijft sinds 2021 in Saudi-Arabië. Eiser had daar tijdens de aanvraag een verblijfsrecht verbonden aan zijn werkzaamheden als landmeetkundig ingenieur. Dit verblijfsrecht is door het niet verlengen van zijn arbeidscontract komen te vervallen, waardoor eiser sinds 5 april 2024 illegaal in Saudi-Arabië verblijft.
3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor de afgifte van een mvv. Zo heeft eiser niet aangetoond dat hij een duurzame en exclusieve relatie heeft met referent. Verweerder heeft verder geconcludeerd dat tussen eiser en referent geen sprake is van familie of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM [2] .
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Volgens eiser heeft er geen volledige heroverweging plaatsgevonden, maar is voortgeborduurd op de (onjuiste) beoordeling in het primaire besluit. Door het onvolledig en ondergewaardeerd meewegen van bewijs, wordt ten onrechte geconcludeerd slechts sprake is van een vriendschappelijke relatie. Dit geldt onder meer voor de telefonische contacten, spraakberichten en gemiste oproepen, die samen wijzen op een frequent en hecht contact en de verklaringen die worden geïnterpreteerd zonder de culturele context. Daarnaast zijn foto’s overgelegd die een meer dan vriendschappelijke relatie aantonen, maar deze zijn door verweerder genegeerd. Ook de verklaring van referent tijdens de hoorzitting is volgens eiser ten onrechte als niet eenduidig aangemerkt. Volgens eiser is de verklaring duidelijk over de ontwikkeling van de relatie en de intentie tot samenwonen. Eiser betoogt dat door het onderwaarderen van bewijs en het stellen van excessieve eisen het besluit gebrekkig is gemotiveerd. Volgens eiser is sprake van gezinsleven tussen hem en zijn partner en had verweerder dus ook een belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM moeten verrichten. De beroepsgrond met betrekking tot reformatio in peuis heeft eiser op de zitting laten vallen.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bij zijn partner mocht afwijzen. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Duurzame en exclusieve relatie
6. Tussen partijen is in geschil of is aangetoond dat eiser en referent een duurzame en exclusieve relatie hebben die op één lijn te stellen is met een huwelijk. De rechtbank overweegt als volgt.
6.1.
Op grond van artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onder b, van het Vb [3] komt de vreemdeling van 21 jaar of ouder, die met de hoofdpersoon een naar behoren geattesteerde duurzame en exclusieve relatie onderhoudt (en die voldoet aan de overige in dat artikellid genoemde voorwaarden) in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij partner. Volgens paragraaf B7/3.1.1 van de Vc [4] neemt verweerder aan dat sprake is van een duurzame en exclusieve relatie als deze relatie in voldoende mate met een huwelijk op één lijn is te stellen. Het is aan eiser om het bestaan van een duurzame en exclusieve relatie aan te tonen.
6.2.
Eiser heeft in de aanvraagprocedure overgelegd: een verklaring van referent, een relatieverklaring, vragenlijst voor verblijf bij partner, onderbouwing van een reis naar Saudi-Arabië (visum, in- uitreis stempels, vliegtickets, foto’s), enkele screenshots van whatsappberichten, een screenshot van telefooncontacten en een overzicht van financiële overmaking. In bezwaar heeft eiser hieraan toegevoegd: een verklaring van zijn broer, verklaringen van vrienden, verklaringen van oud collega’s van referent, een overzicht van groot aantal appcontacten tussen juni 2023 en april 2024, bewijs van videobellen van 9 april 2023, bewijs van zes keer videobellen begin 2024, bewijs van recent videogesprek en ingesproken bericht en foto’s ten tijde van een wedstrijd van het Nederlands elftal.
6.3.
Verweerder heeft in het primaire besluit geoordeeld dat eiser er niet in is geslaagd de liefdesrelatie te onderbouwen. Volgens verweerder mag van een relatie sinds 2018 worden verwacht, ook als deze zich afspeelt in de schaduw, dat er meer bewijsstukken zijn in de vorm van appcontact, telefoongesprekken en foto’s. Over de overgelegde bewijsstukken merkt verweerder op dat de reizen naar Saudi-Arabië onvoldoende zijn ter onderbouwing dat sprake is van een liefdesrelatie. Los daarvan is onduidelijk met welk doel de reis is gemaakt, blijkt hier geen liefde uit en is onduidelijk of referent eiser toen heeft bezocht nu de foto’s niet gedateerd zijn. Evenmin is aangetoond hoe op afstand invulling wordt gegeven aan de gestelde relatie. Er zijn zeer weinig berichten overgelegd en de berichten geven deze geen duidelijkheid over de aard van de relatie en de communicatie. In het bestreden besluit is verweerder bij dit standpunt gebleven. Uit de in bezwaar overgelegde foto’s blijkt volgens verweerder niet dat referent en eiser geliefden zijn. Ook de overgelegde verklaringen zijn onvoldoende, nu niet wordt ingegaan op hoe invulling wordt gegeven aan de relatie en niet wordt gesproken van een liefdesrelatie. Ook vindt verweerder de overgelegde bewijzen van het contact te summier. Er zijn hele periodes zonder contact, een deel van de screenshots zijn niet gedateerd en de telefoongesprekken zeggen niets over de aard van de relatie, de gesprekken kunnen ook vriendschappelijk zijn.
6.4.
Referent heeft op de zitting het een en ander toegelicht. Hij heeft naar voren gebracht dat verweerder meer begrip moet hebben voor de hier spelende culturele context. Getuigen kunnen of willen niet hardop over de relatie praten. Referent geeft zelf aan dit ook nog niet goed te kunnen. Dat sommige (met name familieleden) het over “goede vriend” en “beste vriend” hebben moet in dit verband worden gezien. Verweerder heeft te selectief gekeken naar de ingebrachte bewijsmiddelen Ook wordt “his friend” door verweerder vertaald naar “een vriend” – dat is niet hetzelfde. Referent wijst op de verklaring van [naam 2] , waarin wel wordt gesproken over “zijn geliefde”. Verweerder heeft slechts afzonderlijk naar alle bewijzen gekeken, één voor één, en niet in samenhang bezien waarbij de culturele context wordt betrokken. Referent benadrukt dat er foto’s zijn overgelegd waarop eiser en hij samen in bed liggen en samen in een hotel. Volgens referent zijn deze foto’s niet voor een andere uitleg vatbaar. Referent benadrukt ook nogmaals dat verweerder bij de hoeveelheid contacten en foto’s die wordt verwacht, rekening moet houden met het feit dat de relatie pas recentelijk is geïntensiveerd en dat het voor zowel eiser als referent heel lastig is en was om voor deze relatie uit te komen. Referent heeft verder uitgelegd dat hij en eiser voornamelijk met elkaar bellen en er weinig geschreven berichten zijn, omdat het dialect wat ze met elkaar spreken alleen een gesproken taal is. Wel sturen ze elkaar elke ochtend een koranvers. Dit heeft referent op de zitting laten zien. Tot slot begrijpt referent niet waarom in het primaire besluit wordt opgemerkt dat de gestelde relatie in Soedan uitgevoerd kan worden, nu daar een burgeroorlog woedt en referent gevlucht is uit Soedan.
6.5.
Het betoog van eiser slaagt. De rechtbank is met eiser eens dat verweerder de bewijsstukken onvoldoende in onderlinge samenhang heeft beoordeeld. Verweerder heeft naar alle bewijsmiddelen afzonderlijk gekeken bij de beoordeling of hier een liefdesrelatie uit volgt. Het klopt dat uit een overzicht van telefoongesprekken niet valt af te leiden of dit ter onderhoud van een liefdesrelatie is, dat sommige foto’s ook vriendschappelijk kunnen zijn, en dat de reisbescheiden niets zeggen over het doel van de reis. Echter, alle bewijsmiddelen samengenomen en aangevuld met het invoelbare en authentieke verhaal van referent op zitting werpt voor de rechtbank een ander licht op de zaak. Hetgeen aangevoerd ten aanzien van de culturele context maakt duidelijk(er) waarom sommige [5] ingebrachte verklaringen amper spreken over de exacte aard van de relatie. De uitleg van referent dat hij lang heeft gedaan over de acceptatie van zijn eigen geaardheid en dat over zijn homoseksualiteit praten en deze uiten nog steeds heel lastig is, is voor de rechtbank ook relevant voor de beoordeling van de bewijsstukken. Hierdoor is beter te volgen waarom er een discrepantie zit tussen hoe eiser en referent hun relatie invullen en wat verweerder verwacht aan bewijs bij een relatie vanaf 2018. Daarbij is ook uitgelegd dat de relatie in 2018 nog vrij summier was. Verder is de uitleg waarom voornamelijk wordt gebeld relevant. Verweerder heeft in beginsel gelijk dat uit sommige stukken in het dossier, los bekeken, niet duidelijk volgt of sprake is van een vriendschap of een liefdesrelatie. Echter, het dossier biedt in dit geval genoeg aanknopingspunten, zoals hierboven omschreven, dat wel degelijk sprake is van een liefdesrelatie. Nu verweerder de bewijsstukken niet (voldoende) in onderlinge samenhang heeft beoordeeld en eiser erin is geslaagd om aannemelijk te maken dat tussen hem en referent sprake is van een duurzame- exclusieve relatie, is sprake van een gebrekkig besluit.
7. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond. De overige beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking meer. Verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit van 29 juli 2024;
  • draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen op het bezwaar;
  • bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,- aan eiser moet betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Özçelik griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Machtiging tot voorlopig verblijf.
2.Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
3.Vreemdelingenbesluit 2000.
4.Vreemdelingencirculaire 2000.
5.Het dossier bevat naast de al genoemde verklaring van H. Bekhit immers ook de verklaringen van A. Pawirosetiko en M. Pieters waarin wordt gesproken over de (geheime) relatie tussen eiser en referent.