ECLI:NL:RBDHA:2025:22406
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenveroordeling in asielzaak na intrekking beroep
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. De asielaanvraag is op 14 augustus 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Vervolgens heeft belanghebbende zijn beroep ingetrokken en verzocht om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. De rechtbank doet uitspraak zonder een zitting te houden.
De rechtbank moet beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen. Belanghebbende heeft op 17 september 2024 een herhaalde asielaanvraag ingediend bij verweerder, die deze aanvraag op 27 september 2024 niet-ontvankelijk verklaarde. Belanghebbende heeft op 4 oktober 2024 beroep ingesteld tegen dit besluit, dat door de rechtbank op 14 november 2024 gegrond werd verklaard. Verweerder werd opgedragen om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Na het verstrijken van deze termijn heeft belanghebbende op 13 januari 2025 beroep ingesteld. Verweerder heeft op 14 augustus 2025 alsnog een nieuw besluit genomen en de asielaanvraag kennelijk ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft hierop zijn beroep ingetrokken op 29 augustus 2025.
De rechtbank oordeelt dat verweerder met het nemen van het besluit op de asielaanvraag is tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende. Belanghebbende heeft terecht beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. De aanvraag is namelijk pas na het instellen van beroep afgewezen. Daarom veroordeelt de rechtbank verweerder in de door belanghebbende gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 453,50 voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot dit bedrag.