ECLI:NL:RBDHA:2025:22398
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvullende schadevergoeding kinderopvangtoeslag na hersteloperatie
Eiser, een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire, vordert een hogere aanvullende schadevergoeding dan toegekend voor materiële, immateriële, inkomens- en vermogensschade. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen het bestreden besluit waarin verweerder een aanvullende vergoeding van € 14.239 toekent.
De Commissie Werkelijke Schade (CWS) en de bezwaarschriftenadviescommissie (bac) hebben adviezen uitgebracht waarop verweerder zijn besluiten baseert. De rechtbank volgt deze adviezen en oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij inkomens- of vermogensschade heeft geleden door de kinderopvangtoeslagproblematiek. Ook de gevorderde hogere vergoeding voor juridische bijstand en immateriële schade wordt afgewezen.
De rechtbank benadrukt dat zij gebonden is aan het ingediende verzoek en de aangevoerde gronden binnen die omvang. Het verzoek om een dwangsom en klachten over beslistermijnen vallen buiten de procedure. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de hoogte van de aanvullende schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.