ECLI:NL:RBDHA:2025:22373

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
09-221439-25
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van verdachte voor diefstal van telefoon en fietstas

Op 13 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van twee diefstallen. De verdachte, geboren in 1986 en momenteel gedetineerd, werd beschuldigd van het stelen van een telefoon en een fietstas op 7 augustus 2025 in Delft. Tijdens de zitting heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. T. Berger, en de verdediging, vertegenwoordigd door mr. C.I. Zaad. De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen, mede op basis van de bekennende verklaring van de verdachte en de aangiften van de slachtoffers. De rechtbank oordeelde dat de verdachte strafbaar was en legde een gevangenisstraf van twee maanden op, met opheffing van de voorlopige hechtenis, omdat de duur van het voorarrest langer was dan de strafeis. De rechtbank hield rekening met het strafblad van de verdachte, dat wees op veelvuldige recidive van vermogensdelicten, en concludeerde dat de op te leggen straf in overeenstemming was met de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De rechtbank besloot dat er geen aanleiding was voor een voorwaardelijk strafdeel en dat de verdachte na het uitzitten van zijn straf aan de Vreemdelingenpolitie zou worden overgedragen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/221439-25
Datum uitspraak: 13 november 2025
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 13 november 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. T. Berger en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. C.I. Zaad naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 7 augustus 2025 te Delft een telefoon en/of een kaarthouder met inhoud, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2
hij op of omstreeks 7 augustus 2025 te Delft een fietstas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Hema B.V. (locatie [locatie] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Opgave van bewijsmiddelen
De rechtbank acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen en zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De verdachte heeft deze bewezen verklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit.
De officier van justitie heeft met betrekking tot deze feiten eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025266881 van de politie eenheid Den Haag (pagina 1 t/m 36).
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
. de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 13 november 2025;
. het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] , opgemaakt op 7 augustus 2025
(p. 7-8) en
. het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] namens de Hema B.V. (locatie [locatie] ), opgemaakt op 7 augustus 2025 (p. 17).
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
1
hij op 7 augustus 2025 te Delft een telefoon en een kaarthouder met inhoud, die aan [naam 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om
diezich wederrechtelijk toe te eigenen;
2
hij op 7 augustus 2025 te Delft een fietstas, die aan Hema B.V. (locatie [locatie] ) toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om
diezich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie opheffing van de voorlopige hechtenis gevorderd, omdat de duur van het voorarrest langer is dan de strafeis.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om een gedeelte van de straf op te leggen in de vorm van een taakstraf, met oplegging van een voorwaardelijke straf met reclasseringstoezicht.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van het feit
De verdachte heeft een man die hem behulpzaam de weg had gewezen bestolen van zijn telefoon en portemonnee. Het slachtoffer wilde een vriendelijke daad verrichten, die door verdachte is beantwoord met zakkenrollerij. Daarmee heeft verdachte het vertrouwen van het slachtoffer beschaamd en geen respect getoond voor andermans eigendommen. Dat laatste blijkt ook uit het tweede feit. Toen de verdachte zijn jas en spullen niet meer wilde dragen omdat het naar eigen zeggen warm was die dag, is hij de Hema binnenlopen om daar een tas te stelen. Diefstallen zorgen voor overlast en veroorzaken financiële schade. Dat heeft de verdachte kennelijk voor lief genomen.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 2 oktober 2025. In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat hij veelvuldig voor vermogensdelicten is veroordeeld. Uit het strafblad kan worden afgeleid dat de verdachte vanaf 2019, het jaar waarin hij naar Nederland is gekomen, zich voortdurend schuldig heeft gemaakt aan onder andere vermogensdelicten.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 15 augustus 2025, waaruit blijkt dat sprake is van een hoog recidiverisico. De verdachte voldoet (net) niet aan de ‘zachte criteria’ die gelden voor het opeggen van de ISD-maatregel. Bij een volgende veroordeling voldoet hij waarschijnlijk wel aan die criteria. De reclassering ziet geen mogelijkheden om dat hoge risico te beïnvloeden door bijzondere voorwaarden op te leggen. De verdachte heeft geen verblijfsrecht in Nederland zal na afloop van een straf worden overgedragen aan de Vreemdelingenpolitie.
De op te leggen straf
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Daarin is als uitgangspunt vermeld, dat bij veelvuldige recidive een winkeldiefstal kan worden bestraft met een maand gevangenisstraf.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt. De rechtbank zal aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van twee maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
Voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank geen aanleiding.

7.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op artikelen 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht;
Dit voorschriften is toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens gold dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens geldt.

8.De beslissing

De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1:
diefstal;
ten aanzien van feit 2:
diefstal;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een
gevangenisstrafvoor de duur van
TWEE (2) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering zal worden gebracht;
heft op de voorlopige hechtenis (welke beslissing ook afzonderlijk is geminuteerd).
Dit vonnis is gewezen door
mr. I. Jadib, voorzitter,
mr. S.M. Krans, rechter,
mr. G.A. van Essen, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. R.J. van Egmond, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 november 2025.