De rechtbank Den Haag heeft op 13 november 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die werd verdacht van twee diefstallen gepleegd op 7 augustus 2025 te Delft. De verdachte heeft een telefoon en kaarthouder van een persoon en een fietstas van Hema B.V. weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen. De feiten zijn wettig en overtuigend bewezen verklaard, mede omdat de verdachte de feiten heeft bekend.
Tijdens de terechtzitting heeft de officier van justitie een gevangenisstraf van twee maanden geëist, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, en verzocht om opheffing van de voorlopige hechtenis. De verdediging verzocht om een taakstraf en een voorwaardelijke straf met reclasseringstoezicht.
De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van de feiten, het hoge recidiverisico van de verdachte, en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder het ontbreken van verblijfsrecht in Nederland. Gezien de veelvuldige recidive en de aard van de delicten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend geacht. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf, met aftrek van de tijd in voorarrest en heeft de voorlopige hechtenis opgeheven.