Op 5 augustus 2025 heeft de verdachte meerdere beledigingen geuit aan twee politieagenten en een van hen mishandeld door hem met kracht in het gezicht te slaan. Deze feiten zijn wettig en overtuigend bewezen verklaard door de rechtbank Den Haag. De verdachte was op het moment van de feiten zonder vaste woon- of verblijfplaats en vertoonde een patroon van recidive met soortgelijke delicten.
Tijdens de terechtzitting op 13 november 2025 heeft de verdediging geen verweer gevoerd tegen de bewezenverklaring. De officier van justitie vorderde de oplegging van de ISD-maatregel voor twee jaar, terwijl de verdediging dit betwistte vanwege eerdere ISD-maatregelen die geen gedragsverandering brachten en stelde dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte voldoet aan de voorwaarden voor de ISD-maatregel, mede gelet op het strafblad, het reclasseringsadvies en het recidiverisico. De ISD-maatregel wordt opgelegd voor de maximale duur van twee jaren zonder aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis. Tevens is de verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €275 aan het slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente, en de proceskosten van de benadeelde partij.