In deze zaak vordert de eiseres, een opdrachtgever, vervangende schadevergoeding van de gedaagde, een opdrachtnemer, wegens tekortkomingen in de uitvoering van een overeenkomst van opdracht voor het vernieuwen van het dak van haar woning. De overeenkomst werd op 23 april 2023 gesloten, waarbij een prijs van € 47.010,11 was afgesproken. De gedaagde begon in augustus 2023 met de werkzaamheden, maar heeft deze in de eerste helft van 2024 definitief gestaakt zonder het werk af te ronden. De eiseres heeft de gedaagde in gebreke gesteld en een expert heeft vastgesteld dat de gedaagde niet de afgesproken werkzaamheden heeft uitgevoerd, wat heeft geleid tot waterschade aan de woning. De rechtbank heeft de incidentele vorderingen van de gedaagde tot het verkrijgen van documenten en toegang tot de woning afgewezen, omdat de gedaagde geen belang meer had bij deze vorderingen. De rechtbank heeft de vorderingen van de eiseres grotendeels toegewezen, waarbij de gedaagde werd veroordeeld tot betaling van vervangende schadevergoeding, expertisekosten, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De rechtbank heeft de wettelijke rente toegewezen vanaf de datum van verzuim en de dag van dagvaarding.