ECLI:NL:RBDHA:2025:22311

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
C/09/684578 / HA ZA 25-376
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot vervangende schadevergoeding na tekortkoming in overeenkomst van opdracht voor dakrenovatie

In deze zaak vordert de eiseres, een opdrachtgever, vervangende schadevergoeding van de gedaagde, een opdrachtnemer, wegens tekortkomingen in de uitvoering van een overeenkomst van opdracht voor het vernieuwen van het dak van haar woning. De overeenkomst werd op 23 april 2023 gesloten, waarbij een prijs van € 47.010,11 was afgesproken. De gedaagde begon in augustus 2023 met de werkzaamheden, maar heeft deze in de eerste helft van 2024 definitief gestaakt zonder het werk af te ronden. De eiseres heeft de gedaagde in gebreke gesteld en een expert heeft vastgesteld dat de gedaagde niet de afgesproken werkzaamheden heeft uitgevoerd, wat heeft geleid tot waterschade aan de woning. De rechtbank heeft de incidentele vorderingen van de gedaagde tot het verkrijgen van documenten en toegang tot de woning afgewezen, omdat de gedaagde geen belang meer had bij deze vorderingen. De rechtbank heeft de vorderingen van de eiseres grotendeels toegewezen, waarbij de gedaagde werd veroordeeld tot betaling van vervangende schadevergoeding, expertisekosten, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De rechtbank heeft de wettelijke rente toegewezen vanaf de datum van verzuim en de dag van dagvaarding.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaak- / rolnummer: C/09/684578 / HA ZA 25-376
Vonnis van 26 november 2025
in de zaak van
[eiseres]te [woonplaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. B. Bijlsma te Leiden,
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam Pro-Tech Installatie te Den Haag,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. W. de Vries te Den Haag.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 april 2025 met producties 1 tot en met 5;
- de conclusie van antwoord tevens incidentele conclusie tot overlegging van stukken en verlenen van toegang van 2 juli 2025;
- het bericht van de rechtbank aan partijen van 15 oktober 2025;
- het bericht van [eiseres] van 17 oktober 2025 met bijlagen;
- het bericht van [gedaagde] van 17 oktober 2025;
- het bericht van [eiseres] van 21 oktober 2025 met bijlagen; en
- het bericht van [gedaagde] van 29 oktober 2025.
1.2.
Op 21 oktober 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Op de mondelinge behandeling zijn partijen verschenen, bijgestaan door hun advocaten.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben op 23 april 2023 een overeenkomst gesloten voor het vernieuwen van het dak van de woning van [eiseres] . De afspraken zijn vastgelegd in een offerte. Uit de offerte blijkt dat partijen voor de werkzaamheden een prijs van € 47.010,11 hebben afgesproken.
2.2.
In augustus 2023 is [gedaagde] begonnen met de werkzaamheden aan het dak. Gedurende zijn werkzaamheden werd door een ander bedrijf een dakkapel geplaatst op het dak van de woning van [eiseres] . Vanwege complicaties bij de plaatsing van deze dakkapel zijn de werkzaamheden van [gedaagde] uitgesteld. Op enig moment zijn partijen voor € 1.000 aan meerwerk overeengekomen. Het overeengekomen meerwerk zag onder meer op het aanhelen van de nieuw geplaatste dakkapel aan de dakkapel van de buren.
2.3.
Begin 2024 heeft [gedaagde] de werkzaamheden hervat. Op enig moment tijdens de eerste helft van 2024 heeft [gedaagde] de werkzaamheden definitief gestaakt, terwijl de werkzaamheden nog niet waren afgerond. De steiger is voor het huis van [eiseres] blijven staan. Partijen hebben geen contact meer gehad.
2.4.
Op 11 december 2024 heeft een deurwaarder namens [eiseres] een ingebrekestelling betekend aan [gedaagde] . In de ingebrekestelling is een lijst met niet uitgevoerde werkzaamheden opgenomen. De ingebrekestelling vermeldt ook dat [gedaagde] verkeerde isolatieplaten heeft aangebracht. [eiseres] heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld de niet uitgevoerde werkzaamheden uiterlijk 31 december 2024 uit te voeren. Daarnaast heeft [eiseres] [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor waterschade aan de woning, die door lekkage is ontstaan.
2.5.
Op 29 januari 2025 heeft TOP Expertise B.V. (hierna: TOP) een inspectie uitgevoerd aan het dak van de woning van [eiseres] . [gedaagde] is uitgenodigd voor de inspectie, maar is daarbij niet aanwezig geweest. In haar rapport van 20 februari 2025 (hierna: het expertiserapport) bevestigt TOP dat de werkzaamheden die [eiseres] in de ingebrekestelling noemt, niet zijn uitgevoerd. Ook blijkt uit het rapport van TOP dat sprake is van waterschade aan de woning. TOP adviseert om de werkzaamheden aan het dak geheel opnieuw te laten uitvoeren. TOP begroot de kosten hiervan op € 49.925. De gevolgschade van de lekkage wordt begroot op € 625.
2.6.
Bij brief van 11 maart 2025 heeft [eiseres] [gedaagde] medegedeeld dat zij aanspraak maakt op vervangende schadevergoeding in plaats van nakoming. [eiseres] heeft [gedaagde] in deze brief gesommeerd een bedrag van € 50.550 aan haar over te maken.
2.7.
Op 19 maart 2025 heeft [eiseres] een orderbevestiging van [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ) ondertekend voor werkzaamheden aan het dak. [eiseres] heeft hiervoor in totaal € 55.563,95 aan [bedrijf] betaald. Daarnaast heeft [bedrijf] meerwerk uitgevoerd en daarvoor apart gefactureerd aan [eiseres] .

3.Het geschil

in de hoofdzaak
3.1.
[eiseres] vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van vervangende schadevergoeding en vergoeding van de gevolgschade ter hoogte van € 50.550, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 mei 2024;
II. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de kosten van het expertiserapport ter hoogte van € 2.268,75, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding;
III. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten; en
IV. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van de procedure.
3.2.
[eiseres] legt aan deze vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst. Hij heeft het werk niet afgemaakt en het geleverde werk aan het dak is gebrekkig uitgevoerd.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in het incident
3.5.
[gedaagde] vordert– zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [eiseres] veroordeelt afschriften te geven van de offertes, opdrachtbevestigingen, facturen en betaalbewijzen van de werkzaamheden die later aan het dak van [eiseres] zijn verricht;
II. [eiseres] veroordeelt [gedaagde] toegang te verlenen tot de woning.

4.De beoordeling in het incident

4.1.
[eiseres] heeft voorafgaand en na afloop van de mondelinge behandeling enkele stukken overgelegd. Onder deze stukken bevonden zich offertes, een opdrachtbevestiging, een aantal facturen en betaalbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden van [bedrijf] aan het dak. [gedaagde] heeft de gelegenheid gekregen te reageren op deze stukken. [gedaagde] heeft niet onderbouwd welk belang hij na ontvangst van die stukken nog heeft bij zijn vordering tot overlegging van stukken. Nu [gedaagde] alle gevorderde stukken al heeft ontvangen, zal de rechtbank deze incidentele vordering afwijzen.
4.2.
[gedaagde] heeft onderbouwd dat zijn belang bij toegang tot de woning van [eiseres] erop ziet dat hij zelf wil vaststellen of de werkzaamheden aan het dak later door een derde zijn afgerond. Na het instellen van de incidentele vordering heeft [eiseres] bevestigd dat [bedrijf] de werkzaamheden aan het dak inderdaad heeft afgemaakt. Het door [gedaagde] gestelde belang bij zijn vordering is daarmee komen te vervallen. De rechtbank zal deze incidentele vordering daarom ook afwijzen.
4.3.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het incident, die aan de zijde van [eiseres] worden begroot op nihil.

5.De beoordeling in de hoofdzaak

Gemaakte afspraken
5.1.
Partijen zijn het erover eens dat de offerte van 23 april 2023 de tussen hen geldende afspraken bevat met betrekking tot de werkzaamheden aan het dak van de woning van [eiseres] . Partijen zijn ook eens dat meerwerk is overeengekomen met betrekking tot de nieuw geplaatste dakkapel. [eiseres] heeft alle kosten voor zowel de oorspronkelijke geoffreerde werkzaamheden als het overeengekomen het meerwerk betaald.
5.2.
Ter zitting hebben partijen verklaard dat de oorspronkelijk gekozen (dak)isolatie niet kon worden geplaatst, omdat de isolatieplaten te dik bleken te zijn. Partijen hebben vervolgens afgesproken dat [gedaagde] dunnere isolatieplaten zou leveren en aanbrengen. Om toch tot de oorspronkelijk voorgenomen isolatiewaarde te komen, zou [gedaagde] aan de binnenkant van het dak een isolatielaag aanbrengen. [gedaagde] heeft de isolatielaag aan de binnenkant uiteindelijk niet aangebracht, omdat hij de werkzaamheden aan het dak nooit heeft voltooid.
Expertiserapport van TOP en onafhankelijke deskundige
5.3.
[eiseres] verwijst ter onderbouwing van haar vorderingen naar het expertiserapport van TOP. Het expertiserapport beschrijft de resultaten van de inspectie van TOP. Het expertiserapport bevat ook foto’s van de situatie van het dak voordat [bedrijf] de werkzaamheden aan het dak had afgemaakt.
5.4.
[gedaagde] heeft de betrouwbaarheid van het expertiserapport van TOP integraal betwist, aangezien TOP volgens [gedaagde] geen onafhankelijke deskundige is. [gedaagde] stelt dat een onafhankelijke deskundige de situatie dient te beoordelen. De rechtbank gaat aan het bezwaar van [gedaagde] voorbij. Hiervoor is van belang dat [gedaagde] is uitgenodigd om bij het onderzoek van TOP naar de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden aan het dak aanwezig te zijn. De rechtbank begrijpt dat [gedaagde] door persoonlijke omstandigheden dit bericht niet heeft gelezen. Dit kan echter [eiseres] niet worden tegengeworpen. Bovendien heeft [gedaagde] onvoldoende concreet gemaakt dat het expertiserapport onbruikbaar is. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om concreet en specifiek naar voren te brengen waarom de rechtbank geen acht kan slaan op het expertiserapport. De enkele opmerking dat TOP een partijdeskundige is, is daarvoor onvoldoende. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat geen aanleiding bestaat een onafhankelijke deskundige te benoemen.
Tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomst
5.5.
In het expertiserapport van TOP wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds omissies (niet uitgevoerde werkzaamheden) en anderzijds gebreken (verkeerd uitgevoerde werkzaamheden). Als gebrek heeft TOP vastgesteld dat [gedaagde] de verkeerde isolatie heeft geleverd en aangebracht. Partijen hebben echter ter zitting verklaard dat zij onderling hadden afgesproken dat [gedaagde] dunnere isolatieplaten zou aanbrengen. Het verschil in isolatiewaarde zou worden opgelost door aan de binnenkant van het dak isolatie aan te brengen. Gelet op hetgeen partijen hebben verklaard, is geen sprake van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst met betrekking tot de aangebrachte isolatie. [eiseres] heeft er geen gevolgen aan verbonden dat [gedaagde] uiteindelijk de isolatie aan de binnenkant van het dak heeft aangebracht.
5.6.
Het expertiserapport beschrijft daarnaast de volgende overeengekomen, maar niet uitgevoerde werkzaamheden: aan de voorzijde en zijkanten van het huis ontbraken vorsten, ondervorsten en dakpannen, aan de achterzijde van het huis hebben geen werkzaamheden plaatsgevonden, er is geen nokvorst of ondervorst aangebracht, de kilgoten zijn niet vervangen, bij de nieuwe dakkapel ontbreekt isolatie, folie en panlatten, de dakkapel is niet aan de dakkapel van de buren geheeld, de dakkapel is niet verhoogd, de kiepramen zijn niet verwijderd en de lichtkoepel ontbreekt. [gedaagde] heeft erkend dat het klopt dat hij de genoemde werkzaamheden niet heeft uitgevoerd. Aangezien de foto’s in het expertiserapport ondersteunen dat [gedaagde] deze onderdelen van de werkzaamheden niet heeft uitgevoerd, stelt de rechtbank vast dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst.
5.7.
[gedaagde] heeft ter zitting toegelicht dat hij de afgelopen jaren is geconfronteerd met ziekte en een lastige financiële situatie. Beide moeten een grote weerslag hebben gehad op [gedaagde] en zijn gezin. De rechtbank heeft begrip voor de moeilijke tijd die [gedaagde] heeft doorgemaakt. Deze omstandigheden doen er echter niet aan af dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. De rechtbank verbindt daarom ook geen gevolgen aan deze omstandigheden.
Vervangende schadevergoeding en gevolgschade
5.8.
[eiseres] heeft [gedaagde] bij brief van 11 december 2024 in gebreke gesteld met betrekking tot de tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomst. Nu [gedaagde] niet binnen de gestelde termijn is nagekomen, was hij in verzuim. Op grond van artikel 6:87 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een verbintenis tot nakoming worden omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding door een omzettingsverklaring uit te brengen. [eiseres] heeft op 11 maart 2025 haar nakomingsvordering rechtsgeldig omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding.
5.9.
Bij vervangende schadevergoeding heeft de schuldeiser recht op vergoeding van de waarde van de prestatie. De waarde zal in het algemeen moeten worden bepaald aan de hand van een objectieve waarderingsmethode, waarbij wordt uitgegaan van de vervangingswaarde in het economisch verkeer. Het expertiserapport bevat een gespecificeerde kostenbegroting. De opdrachtbevestiging van [bedrijf] is daarentegen ongespecificeerd. De rechtbank is van oordeel dat zij zich bij de vaststelling van de schade kan baseren op de bedragen de in het expertiserapport van TOP worden genoemd. Het expertiserapport gaat namelijk uit van de kosten die [eiseres] zou moeten maken om de werkzaamheden door een ander dan [gedaagde] te laten uitvoeren. Nu de rechtbank in beginsel aansluiting kan vinden bij de bedragen die TOP noemt in het expertiserapport, is niet nodig dat de rechtbank een deskundigenbericht beveelt.
5.10.
Het expertiserapport van TOP omschrijft de kosten voor het leveren en aanbrengen van dakisolatie. De rechtbank heeft in 5.5 overwogen dat geen sprake is van een gebrek met betrekking tot de dunnere isolatieplaten. Hieruit volgt dat [gedaagde] geen vervangende schadevergoeding aan [eiseres] hoeft te betalen voor het leveren en aanbrengen van dakisolatie.
5.11.
TOP heeft in het expertiserapport geadviseerd de werkzaamheden aan het dak geheel over te doen, omdat volgens TOP de verkeerde isolatieplaten zouden zijn aangebracht en omdat het door [gedaagde] uitgevoerde werk zou zijn aangetast door de elementen. Zoals hiervoor overwogen heeft [gedaagde] niet de verkeerde isolatieplaten aangebracht. Wat betreft de conclusie van TOP dat het door [gedaagde] uitgevoerde werk is aangetast als gevolg van de weersomstandigheden, heeft TOP dit niet toegelicht of op enige wijze onderbouwd. [eiseres] heeft ter zitting verklaard dat [bedrijf] bij het opstellen van haar offerte ervan is uitgegaan dat het reeds door [gedaagde] uitgevoerde werk in orde is. Deze verklaring van [eiseres] wordt ondersteund door een van de offertes van [bedrijf] die door [eiseres] in het geding is gebracht. Daarnaast stelt [gedaagde] terecht dat de werkzaamheden vertraging hebben opgelopen door de verkeerde geplaatste dakkapel, hetgeen niet aan [gedaagde] te wijten is. Het is onduidelijk gebleven of de aantasting van het uitgevoerde werk tijdens deze vertraging is ontstaan of pas na daarna. In het verlengde daarvan is dus onduidelijk gebleven of enige aantasting aan [gedaagde] is toe te rekenen. Voor zover wel sprake zou zijn geweest van aantasting van het werk, is de rechtbank daarom van oordeel dat [eiseres] geen aanspraak kan maken op een vergoeding voor het geheel overdoen van de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden. Dit betekent dat de door TOP genoemde kostenpost voor het leveren en aanbrengen van folie (die samen met het leveren en aanbrengen van isolatie door TOP is geraamd op € 6.750) niet voor vergoeding in aanmerking komt. [eiseres] heeft nog een meerwerkfactuur van [bedrijf] ingediend, welk bedrag volgens [eiseres] voor een deel is gemaakt voor het herstellen van fouten in het door [gedaagde] gedane werk. Nu deze kosten echter niet op enige wijze zijn gespecificeerd, kunnen de kosten in de meerwerkfactuur ook niet voor vergoeding in aanmerking komen.
5.12.
In het expertiserapport van TOP zijn de kosten voor het plaatsen en de huur van een steiger en bouwlift begroot op € 3.750. [gedaagde] heeft erop gewezen dat zijn steiger nog altijd voor het huis van [eiseres] staat. [eiseres] heeft bevestigd dat [bedrijf] deels ook gebruik heeft gemaakt van deze steiger. [bedrijf] heeft wel kosten gemaakt voor de huur en het plaatsen van een steiger aan de achterkant van het huis. Uit de opdrachtbevestiging van [bedrijf] blijkt niet hoeveel zij daarvoor heeft gerekend. De rechtbank schat deze kosten daarom op de helft van het bedrag dat in het expertiserapport is genoemd, te weten € 1.875.
5.13.
TOP heeft in het expertiserapport vastgesteld dat sprake is van lekkageschade aan de woning. De kosten voor het herstel daarvan heeft TOP begroot op € 625. De rechtbank is met [gedaagde] van oordeel dat hem niet kan worden verweten dat de door [gedaagde] uit te voeren werkzaamheden vanwege de verkeerde plaatsing van de dakkapel moesten worden uitgesteld. Partijen hebben immers in onderling overleg besloten de werkzaamheden van [gedaagde] uit te stellen. [eiseres] heeft onvoldoende gesteld dat [gedaagde] verantwoordelijk is voor de lekkage die uiteindelijk heeft geleid tot de waterschade. [gedaagde] heeft onweersproken gesteld dat enkele dagen na de plaatsing van de dakkapel al lekkage is ontstaan. TOP heeft in het expertiserapport ook niet onderbouwd wanneer de lekkage is ontstaan of waaruit blijkt dat deze lekkage door toedoen van [gedaagde] is ontstaan. De kosten voor het herstel van de waterschade komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking.
5.14.
De overige kostenposten die in het expertiserapport op pagina 11 genoemd worden komen wel voor vergoeding in aanmerking. Het gaat daarbij om kosten voor het verwijderen en deels opslaan van pannen en dakpannen (€ 5.000), het leveren en aanbrengen van panlatten en tengels (€ 2.450), het leveren en aanbrengen van dakpannen, broekstukken en vorsten (€ 24.500), het leveren van zink- en loodwerk (€ 4.000), het leveren en aanbrengen van dakdoorvoer (€ 650), het opruimen en plaatsen van de container (€ 475), het aanhelen van de dakkapel aan de dakkapel van de buren (€ 850), het verhogen van de dakkapel (€ 450), het verwijderen van de kiepramen (€ 150) en het plaatsen van de lichtkoepel (€ 900). [gedaagde] heeft onvoldoende betwist waarom de door TOP genoemde bedragen niet juist zouden zijn. Zo heeft [gedaagde] gesteld dat de kosten voor de dakpannen maximaal € 9.000 kunnen zijn, terwijl TOP in het expertiserapport is uitgegaan van € 19.500 voor dakpannen, broekstukken en vorsten. [eiseres] heeft terecht erop gewezen dat in de eigen offerte van [gedaagde] de kosten voor de dakpannen op € 14.798 waren begroot. Ook gelet op de inmiddels verstreken tijd en de stijgingen van de prijs van bouwmateriaal gedurende die tijd, acht de rechtbank de door TOP geraamde kosten voor de dakpannen niet buitensporig hoog. Bovendien heeft [gedaagde] zijn stelling dat de dakpannen slechts € 9.000 zouden moeten kosten niet nader onderbouwd. De rechtbank is samengenomen van oordeel dat [gedaagde] de stellingen van [eiseres] onvoldoende gemotiveerd heeft betwist.
5.15.
Op basis van de bedragen in het expertiserapport voor de kostenposten die in 5.12 (€ 1.875) en 5.14 (€ 39.425) zijn genoemd, komt de rechtbank uit op een bedrag van € 41.300,00 aan vervangende schadevergoeding. De rechtbank zal [gedaagde] veroordelen dit bedrag aan [eiseres] te betalen.
Kosten expertiserapport
5.16.
[eiseres] maakt aanspraak op vergoeding van de kosten voor het expertiserapport. Zij heeft deze vordering onderbouwd met een factuur. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de kosten van het expertiserapport van TOP. Op grond van het voorgaande komen de kosten ter hoogte van € 2.268,75 als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking.
Wettelijke rente
5.17.
[eiseres] maakt met betrekking tot de vervangende schadevergoeding aanspraak op wettelijke rente vanaf 1 mei 2024. Wettelijke rente is verschuldigd vanaf het moment dat [gedaagde] in verzuim was met het betalen van een geldsom. [eiseres] heeft onvoldoende toegelicht waarom [gedaagde] vanaf 1 mei 2024 in verzuim was. De verbintenis tot het betalen van vervangende schadevergoeding is pas op 11 maart 2025 – bij het uitbrengen van de omzettingsverklaring – ontstaan. Artikel 6:83 aanhef en onder b BW is van toepassing op vervangende schadevergoeding, zodat [gedaagde] bij het ontstaan van de verbintenis tot vervangende schadevergoeding gelijk in verzuim is komen te verkeren. De gevorderde wettelijke rente zal daarom vanaf 11 maart 2025 worden toegewezen.
5.18.
Voor de expertisekosten zal de wettelijke rente, zoals gevorderd, worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding.
Buitengerechtelijke kosten
5.19.
[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiseres] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Aangezien alleen is gebleken dat [eiseres] buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft verricht ten aanzien van de vervangende schadevergoeding, wordt bij de berekening van de buitengerechtelijke incassokosten alleen met die vordering rekening gehouden. Niet is gebleken dat [eiseres] heeft geprobeerd de vergoeding voor de kosten voor het expertiserapport buiten rechte te verkrijgen. Daarom zal een bedrag van € 1.188,00 worden toegewezen.
Proceskosten
5.20.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
149,71
- griffierecht
1.374,00
- salaris advocaat
2.428,00
(2 punten × € 1.214,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.129,71
5.21.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank:
in het incident
6.1.
wijst de vorderingen af,
6.2.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiseres] begroot op nihil;
in de hoofdzaak
6.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 43.568,75, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over:
- het bedrag van € 41.300,00 (aan vervangende schadevergoeding), met ingang van 11 maart 2025,
- het bedrag van € 2.268,75 (aan expertisekosten),met ingang van de dag van dagvaarding,
telkens tot de dag van volledige betaling,
6.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 1.188,00 aan buitengerechtelijke kosten,
6.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.129,71, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.6.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.7.
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen onder 6.2, 6.3, 6.4, 6.5 en 6.6 uitvoerbaar bij voorraad,
6.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.A.M. Kroft en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.
3669