ECLI:NL:RBDHA:2025:22308
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning aan Afghaanse vrouw op grond van collectieve vervolgingsrisico
Eiseres, een Afghaanse vrouw, diende op 29 januari 2022 een asielaanvraag in voor zichzelf en haar kinderen. De aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie op 30 juli 2024 afgewezen als kennelijk ongegrond, hoewel een verblijfsvergunning op humanitaire gronden werd verleend. Eiseres stelde beroep in tegen de afwijzing, waarbij zij zich baseerde op de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan en het arrest AH en FN van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De rechtbank oordeelt dat het samenstel van maatregelen van het Talibanregime zodanig ernstig is dat alle Afghaanse vrouwen als sociale groep een gegronde vrees voor vervolging hebben. Dit betekent dat verweerder niet het individualiseringsvereiste mag toepassen dat verder gaat dan het vaststellen van geslacht en nationaliteit. De rechtbank volgt het arrest AH en FN en concludeert dat eiseres en haar minderjarige dochter aanspraak maken op vluchtelingenstatus.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met ingang van 29 januari 2022 tot 29 januari 2027. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 26 november 2025.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag en beveelt verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan eiseres en haar kinderen.