ECLI:NL:RBDHA:2025:223
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorzieningen voor voortzetting opvang in LVV Rotterdam
Verzoekers, vreemdelingen die in de Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV) in Rotterdam verblijven, kregen te horen dat hun opvang per 1 januari 2025 zou worden beëindigd. Zij maakten bezwaar en vroegen de voorzieningenrechter om voorlopige voorzieningen om de opvang voorlopig voort te zetten.
Eerder had de voorzieningenrechter op 19 december 2024 voor een andere groep van 22 vreemdelingen in dezelfde situatie voorlopige voorzieningen toegewezen om rechtsongelijkheid te voorkomen. De gemeente Rotterdam gaf aan dat opvang alleen wordt voortgezet voor die groep, niet voor verzoekers. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, verzette zich niet tegen de toewijzing van de voorlopige voorzieningen voor verzoekers.
De voorzieningenrechter oordeelde dat, gelet op de eerdere uitspraak en het ontbreken van verzet, de verzoeken gegrond zijn. Verweerder wordt opgedragen te zorgen voor voortzetting van 24-uurs basisopvang (onderdak, voedsel, wasmogelijkheden) voor verzoekers tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Tevens moet verweerder het griffierecht en proceskosten aan verzoekers vergoeden vanwege de samenhang en gezamenlijke indiening van de verzoeken.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de verzoeken toe en draagt verweerder op de opvang in de LVV voort te zetten tot vier weken na de beslissing op bezwaar.