ECLI:NL:RBDHA:2025:22228
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van verzoeken om voorlopige voorzieningen in vreemdelingenzaken
Op 25 november 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoekers, waaronder [naam1] en 36 anderen, een voorlopige voorziening vroegen tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie. De minister had op 11 en 12 augustus 2025 de bezwaarschriften van de verzoekers niet-ontvankelijk verklaard. Hiertegen hebben de verzoekers beroep ingesteld en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening. De zitting vond plaats op 14 oktober 2025, waar de verzoekers en hun gemachtigden, alsook de gemachtigde van de minister aanwezig waren. Tijdens de zitting is het onderzoek gesloten.
In de uitspraak van 25 november 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer nodig is, aangezien er inmiddels uitspraak is gedaan op de beroepen. De verzoeken om voorlopige voorzieningen zijn dan ook afgewezen. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.