ECLI:NL:RBDHA:2025:22227

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
SGR 23/4467
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Einduitspraak in 30 beroepen van omwonenden tegen omgevingsvergunningen voor dakopbouwen

Op 25 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak waarin 30 beroepen van omwonenden tegen omgevingsvergunningen voor vijf dakopbouwen in dezelfde straat aan de orde waren. De rechtbank had eerder in een tussenuitspraak op 17 oktober 2025 geconstateerd dat het college van burgemeester en wethouders van Leiden een gebrek had in de bestreden besluiten, maar het college heeft nagelaten dit gebrek binnen de gestelde termijn te herstellen. Hierdoor zijn de beroepen gegrond verklaard en zijn de bestreden besluiten vernietigd. De rechtbank heeft het college opgedragen om binnen zes weken na de uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de bezwaren van de eisers, rekening houdend met de uitspraak en de eerdere tussenuitspraak. Tevens is het college veroordeeld tot vergoeding van het door de eisers betaalde griffierecht en de proceskosten in verschillende beroepen. De rechtbank heeft in haar overwegingen benadrukt dat de bestreden besluiten onvoldoende gemotiveerd waren en dat het college niet had voldaan aan de eisen van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is openbaar gedaan en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummers: SGR 23/4467, SGR 23/4468, SGR 23/4471, SGR 23/4470, SGR 23/4899, SGR 23/4900, SGR 23/4901, SGR 23/4902, SGR 23/4903, SGR 23/4889, SGR 23/4892, SGR 23/4893, SGR 23/4894, SGR 23/4896, SGR 23/4870, SGR 23/4873, SGR 23/4874, SGR 23/4876, SGR 23/4877, SGR 23/4883, SGR 23/4884, SGR 23/4885, SGR 23/4886, SGR 23/4887, SGR 23/4866, SGR 23/4869, SGR 23/4871, SGR 23/4847, SGR 23/4848, SGR 23/4865

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2025 in de zaak tussen

[eisers 1, sub 1] , [eisers 1, sub 2] en [eisers 1, sub 3] , eisers 1

[eiseres 2] , eiseres 2

(gemachtigde: mr. J.S. Maas),

[eiseressen 3, sub 1] en [eiseressen 3, sub 2] , eiseressen 3

[eisers 4, sub 1] en [eisers 4, sub 2] , eisers 4

(gemachtigde: mr. Ö. Ekinci),

[eiser 5] , eiser 5

(gemachtigde: mr. Ö. Ekinci),

[eiseres 6] , eiseres 6

(gemachtigde: [naam 1] ),

[eisers 7, sub 1] en [eisers 7, sub 2] , eisers 7

(gemachtigde: [naam 1] ),
allen uit [woonplaats] , (tezamen: eisers)
en

het college van burgemeester en wethouders van Leiden

(gemachtigde: [naam 2] ).
Als derde-partijen nemen aan het geding deel
[derde-partij 1]en
[derde-partij 2](vergunninghouders [adres 1] ),
[derde-partij 3]en
[derde-partij 4](vergunninghouders [adres 2] ),
[derde-partij 5]en
[derde-partij 6](vergunninghouders [adres 3] ),
[derde-partij 7](vergunninghouder [adres 4] ), en
[derde-partij 8](vergunninghouder [adres 5] ), allen uit [woonplaats] (tezamen: vergunninghouders).

Procesverloop

De rechtbank verwijst voor het procesverloop naar de tussenuitspraak van 17 oktober 2025 (hierna: de tussenuitspraak).
In de tussenuitspraak heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na verzending van de tussenuitspraak, rekening houdend met wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in de bestreden besluiten te herstellen.
Het college heeft de hersteltermijn ongebruikt laten verstrijken.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten op 19 november 2025.

Overwegingen

1. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist.
2. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat de bestreden besluiten onvoldoende zijn gemotiveerd. De rechtbank heeft beoordeeld of de aanvullende motivering die in beroep is overgelegd voldoende is om de bestreden besluiten te dragen, zodat aanleiding bestaat om de rechtsgevolgen in stand te laten. De rechtbank heeft vervolgens – samengevat weergegeven – overwogen dat het college het advies van de Welstands- en Monumentencommissie niet aan de bestreden besluiten ten grondslag heeft kunnen leggen omdat daarin slechts een conclusie is opgenomen zonder onderbouwing en ook niet blijkt dat de Welstands- en Monumentencommissie het bouwplan heeft getoetst aan de criteria uit de Welstandsnota. De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na verzending van de tussenuitspraak dit gebrek te herstellen.
3. Het college heeft per e-mail van 27 oktober 2025 meegedeeld gebruik te willen maken van de gelegenheid om het door de rechtbank geconstateerde gebrek te herstellen, maar heeft vervolgens de hersteltermijn ongebruikt laten verstrijken. Het college heeft binnen de hersteltermijn ook niet verzocht om verlenging daarvan. De rechtbank heeft het onderzoek daarom op 19 november 2025 gesloten. Nu het college het gebrek niet tijdig heeft hersteld, kan de rechtbank de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten niet in stand laten. De beroepen zijn gegrond. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het college moet daarom nieuwe besluiten nemen op de bezwaren van eisers rekening houdend met deze uitspraak en de tussenuitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.
4. Omdat de rechtbank de beroepen gegrond verklaart, moet het college aan eisers het door hen betaalde griffierecht vergoeden. In een aantal beroepen moet het college ook de proceskosten van eisers vergoeden. De rechtbank zal hieronder per eiser beoordelen welke kosten het college moet vergoeden.
5. Eisers 1 hebben drie beroepen [1] ingesteld en in elk beroep griffierecht betaald van
€ 184,-. Het college moet aan eisers 1 dus € 552,- (3 x € 184,-) aan griffierecht vergoeden. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is in deze zaken niet gebleken.
6. Eiseres 2 heeft vier beroepen ingesteld en in elk beroep griffierecht betaald van
€ 184,-. Het college moet aan eiseres 2 dus € 736,- (4 x € 184,-) aan griffierecht vergoeden. Ook moet het college de proceskosten van eiseres 2 vergoeden. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-). Omdat de rechtbank van oordeel is dat in dit geval sprake is van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, worden de vier beroepen van eiseres 2 beschouwd als één zaak. Wel past de rechtbank conform onderdeel C2 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht een wegingsfactor van 1,5 toe, omdat sprake is van vier of meer samenhangende zaken. Toegekend wordt € 2.721,- (1,5 x € 1814,-).
7. Eiseressen 3 hebben drie beroepen ingesteld en in elk beroep griffierecht betaald van € 184,-. Het college moet aan eiseressen 3 dus € 552,- (3 x € 184,-) aan griffierecht vergoeden. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is in deze zaken niet gebleken.
8. Eisers 4 hebben vijf beroepen ingesteld en in elk beroep griffierecht betaald van
€ 184,-. Het college moet aan eisers 4 dus € 920,- (5 x € 184,-) aan griffierecht vergoeden. Ook moet het college de proceskosten van eisers 4 vergoeden. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-). Omdat de rechtbank van oordeel is dat in dit geval sprake is van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, worden de vijf beroepen van eisers 4 beschouwd als één zaak. Wel past de rechtbank conform onderdeel C2 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht een wegingsfactor van 1,5 toe, omdat sprake is van vier of meer samenhangende zaken. Toegekend wordt € 2.721,- (1,5 x € 1814,-).
9. Eiser 5 heeft vijf beroepen ingesteld en in elk beroep griffierecht betaald van
€ 184,-. Het college moet aan eiser 5 dus € 920,- (5 x € 184,-) aan griffierecht vergoeden. Ook moet het college de proceskosten van eiser 5 vergoeden. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-). Omdat de rechtbank van oordeel is dat in dit geval sprake is van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, worden de vijf beroepen van eiser 5 beschouwd als één zaak. Wel past de rechtbank conform onderdeel C2 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht een wegingsfactor van 1,5 toe, omdat sprake is van vier of meer samenhangende zaken. Toegekend wordt € 2.721,- (1,5 x € 1814,-).
10. Eiseres 6 heeft vijf beroepen ingesteld en in elk beroep griffierecht betaald van
€ 184,-. Het college moet aan eiseres 6 dus € 920,- (5 x € 184,-) aan griffierecht vergoeden. Ook moet het college de proceskosten van eiseres 6 vergoeden. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-). Omdat de rechtbank van oordeel is dat in dit geval sprake is van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, worden de vijf beroepen van eiseres 6 beschouwd als één zaak. Wel past de rechtbank conform onderdeel C2 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht een wegingsfactor van 1,5 toe, omdat sprake is van vier of meer samenhangende zaken. Toegekend wordt € 2.721,- (1,5 x € 1814,-).
11. Eisers 7 hebben vijf beroepen ingesteld en in elk beroep griffierecht betaald van
€ 184,-. Het college moet aan eisers 7 dus € 920,- (5 x € 184,-) aan griffierecht vergoeden. Ook moet het college de proceskosten van eisers 7 vergoeden. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-). Omdat de rechtbank van oordeel is dat in dit geval sprake is van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, worden de vijf beroepen van eisers 7 beschouwd als één zaak. Wel past de rechtbank conform onderdeel C2 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht een wegingsfactor van 1,5 toe, omdat sprake is van vier of meer samenhangende zaken. Toegekend wordt € 2.721,- (1,5 x € 1814,-).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt het college op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de bezwaren met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 552,- aan eisers 1 te vergoeden;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 736,- aan eiseres 2 te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres 2 tot een bedrag van € 2.721,-;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 552,- aan eiseressen 3 te vergoeden;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 920,- aan eisers 4 te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers 4 tot een bedrag van € 2.721,-;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 920,- aan eiser 5 te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser 5 tot een bedrag van € 2.721,-;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 920,- aan eiseres 6 te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres 6 tot een bedrag van € 2.721,-;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 920,- aan eisers 7 te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers 7 tot een bedrag van € 2.721,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Brand, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 25 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

BIJLAGE – overzicht beroepen per eiser

Eisers
Zaaknummer beroep & huisnummer bestreden besluit
1. [eisers 1, sub 1] ( [adres 6] ), [eisers 1, sub 2] ( [adres 7] ), en [eisers 1, sub 3] ( [adres 8] )
SGR 23/4847 ( [adres 1] )
SGR 23/4848 ( [adres 2] )
SGR 23/4865 ( [adres 5] )
2. [eiseres 2] ( [adres 9] )
SGR 23/4467 ( [adres 1] )
SGR 23/4468 ( [adres 3] )
SGR 23/4471 ( [adres 4] )
SGR 23/4470 ( [adres 5] )
3. [eiseressen 3, sub 1] & [eiseressen 3, sub 2] ( [adres 10] )
SGR 23/4866 ( [adres 1] )
SGR 23/4869 ( [adres 2] )
SGR 23/4871 ( [adres 5] )
4. [eisers 4, sub 1] & [eisers 4, sub 2] ( [adres 11] )
SGR 23/4870 ( [adres 1] )
SGR 23/4873 ( [adres 2] )
SGR 23/4874 ( [adres 3] )
SGR 23/4876 ( [adres 4] )
SGR 23/4877 ( [adres 5] )
5. [eiser 5] ( [adres 12] )
SGR 23/4883 ( [adres 1] )
SGR 23/4884 ( [adres 2] )
SGR 23/4885 ( [adres 3] )
SGR 23/4886 ( [adres 4] )
SGR 23/4887 ( [adres 5] )
6. [eiseres 6] ( [adres 13] )
SGR 23/4889 ( [adres 1] )
SGR 23/4892 ( [adres 2] )
SGR 23/4893 ( [adres 3] )
SGR 23/4894 ( [adres 4] )
SGR 23/4896 ( [adres 5] )
7. [eisers 7, sub 1] & [eisers 7, sub 2] ( [adres 14] )
SGR 23/4899 ( [adres 1] )
SGR 23/4900 ( [adres 2] )
SGR 23/4901 ( [adres 3] )
SGR 23/4902 ( [adres 4] )
SGR 23/4903 ( [adres 5] )

Voetnoten

1.Zie de zaaknummers in de bijlage. Dat geldt ook voor de beroepen van de andere eisers.