Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S.H.F. Pols).
Procesverloop
Overwegingen
Bewaringsgronden
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 24 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de Minister van Asiel en Migratie. De eiser, een Georgische nationaliteit, had op 7 november 2025 een maatregel van bewaring opgelegd gekregen op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit, dat tevens als verzoek om schadevergoeding moet worden aangemerkt. De minister heeft de maatregel van bewaring op 14 november 2025 opgeheven, wat de rechtbank noopte om te beoordelen of de bewaring onrechtmatig was geweest voor de opheffing.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister voldoende onderzoek heeft verricht naar het verblijfsrecht van eiser in Slowakije voordat de maatregel van bewaring werd opgelegd. Eiser had pas tijdens het vertrekgesprek op 13 november 2025 documenten overgelegd die zijn verblijfsrecht konden onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was opgelegd, omdat de minister op basis van de beschikbare informatie en documenten op dat moment correct had gehandeld. De rechtbank heeft de beroepsgrond van eiser verworpen en geoordeeld dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was.
De rechtbank heeft ook ambtshalve getoetst of de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was. Dit bleek niet het geval te zijn, en daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, en er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt op 24 november 2025.