In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 25 november 2025, gaat het om een opvolgend beroep van eiseres tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiseres heeft gesteld dat de minister niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister eerder was opgedragen om binnen acht weken een beslissing te nemen, maar dit is niet gebeurd. De rechtbank heeft het beroep ontvankelijk en gegrond verklaard.
De rechtbank heeft de minister opgedragen om binnen vier weken na de bekendmaking van deze uitspraak alsnog een beslissing op de aanvraag te nemen. Indien de minister deze termijn overschrijdt, moet hij een dwangsom van € 100,- per dag betalen, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast is de minister veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50. Eiseres heeft ook verzocht om vrijstelling van het griffierecht, wat door de rechtbank is toegewezen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiseres heeft de mogelijkheid om binnen zes weken na de bekendmaking van de uitspraak een verzetschrift in te dienen als zij het niet eens is met de uitspraak.