In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 25 november 2025, gaat het om een beroep dat eiser heeft ingediend tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiser had op 23 augustus 2024 een asielaanvraag ingediend, maar de minister had niet tijdig beslist. Eiser verzocht de minister om binnen twee weken alsnog te beslissen, maar dit gebeurde niet, waarna eiser beroep instelde. Op 1 oktober 2025 nam de minister alsnog een besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat de minister inmiddels een besluit heeft genomen. Het beroep tegen het alsnog genomen besluit is ongegrond, omdat eiser geen gronden heeft ingediend die betrekking hebben op dit besluit. De rechtbank concludeert dat de minister geen bestuurlijke dwangsom hoeft te betalen, aangezien hij heeft voldaan aan het verzoek van eiser door alsnog te beslissen. De proceskosten van eiser worden vastgesteld op € 453,50, die de minister moet vergoeden.