De rechtbank Den Haag heeft op 13 november 2025 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2014. De kinderrechter nam het verzoek van de gecertificeerde instelling in behandeling, die verlenging voor een jaar verzocht vanwege de noodzaak van voortzetting van de stabiele plaatsing bij de stiefvader en het belang van de verzorging en opvoeding.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de vader, moeder, stiefvader en vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig. De minderjarige is gehoord en gaf zijn mening over de situatie. De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. De minderjarige verblijft bij de stiefvader. Het afgelopen jaar was er lange tijd geen contact tussen vader en minderjarige, maar recentelijk is het contact positief hersteld en worden bezoekmomenten onderling geregeld zonder begeleiding.
De kinderrechter oordeelde dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld en dat verlenging noodzakelijk is. Tevens is een omgangsregeling besproken en vastgesteld, waarbij wekelijks een (video)belmoment en om de week een bezoekmoment van minimaal drie uur plaatsvinden, met de wensen en het tempo van de minderjarige leidend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de betrokkenen worden geprezen voor hun inzet in het belang van de minderjarige.