Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 24 november 2025, wordt het beroep van eiseres, een Servische vrouw, tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) beoordeeld. De aanvraag werd afgewezen door de minister van Asiel en Migratie op 15 mei 2024, en het bezwaar daartegen werd bij besluit van 21 januari 2025 eveneens ongegrond verklaard. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit, waarbij zij werd bijgestaan door haar gemachtigde, mr. J. Visschers.
De rechtbank behandelt de zaak in Middelburg en constateert dat eiseres niet voldoet aan het middelenvereiste, ondanks haar gezondheidsproblemen die haar vrijstelling van dit vereiste zouden kunnen rechtvaardigen. De rechtbank oordeelt dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM niet in het voordeel van eiseres uitvalt, omdat de relatie met haar referent is ontstaan terwijl zij geen rechtmatig verblijf had in Nederland. De rechtbank stelt vast dat de referent, die een bijstandsuitkering ontvangt, niet voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van het middelenvereiste.
Eiseres heeft aangevoerd dat de referent zich inspant om aan het middelenvereiste te voldoen, maar de rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat de omstandigheden niet voldoende zijn om van het beleid af te wijken. De rechtbank wijst erop dat de benodigde zorg voor eiseres in Servië beschikbaar is en dat de belangen van de Nederlandse samenleving zwaarder wegen dan het belang van eiseres om in Nederland te verblijven. Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, zonder dat eiseres recht heeft op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.