ECLI:NL:RBDHA:2025:22151
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag van Nigeriaanse homoseksueel afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van asielmotieven
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 19 november 2025 uitspraak gedaan in een asielprocedure van een Nigeriaanse eiser die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had aangevraagd. De aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen als kennelijk ongegrond. De eiser, die homoseksueel is, stelde dat hij vanwege zijn seksuele gerichtheid Nigeria had moeten ontvluchten. Hij voerde aan dat zijn homoseksualiteit was ontdekt door zijn gemeenschap, wat leidde tot een arrestatiebevel tegen hem. De rechtbank heeft de zaak op 26 september 2025 behandeld, waarbij de eiser werd bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk. De rechtbank oordeelde dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt had gesteld dat de eiser zijn homoseksualiteit en de problemen die hij in Nigeria zou ondervinden niet aannemelijk had gemaakt. De rechtbank vond dat de verklaringen van de eiser over zijn seksuele gerichtheid vaag en ongeloofwaardig waren, en dat hij onvoldoende bewijs had geleverd om zijn claims te onderbouwen. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond was en dat de eiser geen recht had op een verblijfsvergunning.