ECLI:NL:RBDHA:2025:22151

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
NL25.20436
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Asielaanvraag van Nigeriaanse homoseksueel afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van asielmotieven

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 19 november 2025 uitspraak gedaan in een asielprocedure van een Nigeriaanse eiser die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had aangevraagd. De aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen als kennelijk ongegrond. De eiser, die homoseksueel is, stelde dat hij vanwege zijn seksuele gerichtheid Nigeria had moeten ontvluchten. Hij voerde aan dat zijn homoseksualiteit was ontdekt door zijn gemeenschap, wat leidde tot een arrestatiebevel tegen hem. De rechtbank heeft de zaak op 26 september 2025 behandeld, waarbij de eiser werd bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk. De rechtbank oordeelde dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt had gesteld dat de eiser zijn homoseksualiteit en de problemen die hij in Nigeria zou ondervinden niet aannemelijk had gemaakt. De rechtbank vond dat de verklaringen van de eiser over zijn seksuele gerichtheid vaag en ongeloofwaardig waren, en dat hij onvoldoende bewijs had geleverd om zijn claims te onderbouwen. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond was en dat de eiser geen recht had op een verblijfsvergunning.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.20436

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. F.H. Bruggink),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. J.G.R. Becker).

Procesverloop

1. Eiser heeft op 9 maart 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 25 april 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 26 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door zijn gemachtigde, de gemachtigde van verweerder en als tolk [naam 1].

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
2. Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1988. Hij legt aan zijn asielaanvraag – samengevat – het volgende ten grondslag. Eiser is homoseksueel en heeft Nigeria daarom moeten ontvluchten. Zijn seksuele gerichtheid werd ontdekt doordat belastende (seksuele) filmpjes van hem en zijn vriend [naam 2] werden ontdekt door zijn buurtgenoten. Zijn vriend is daardoor in detentie belend en eiser heeft een periode bij zijn oom gewoond. Omdat eiser werd gezocht door zijn gemeenschap en door de politie is eiser naar Oekraïne gevlucht in 2019, waarna hij in begin 2022 vanwege de oorlog naar Nederland is gekomen.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Homoseksualiteit en de daaraan verwante problemen.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig is, maar acht eisers homoseksualiteit en de problemen als gevolg daarvan ongeloofwaardig. Verweerder legt hieraan ten grondslag dat eiser summier heeft verklaard over zijn gevoelens en innerlijke strijd en dat hij weinig kan verklaren over de situatie van LHBTI-ers in Nigeria. Eiser verklaart verder volgens verweerder ongeloofwaardig over zijn gestelde relatie met [naam 3] in Nederland. Voor wat betreft de gestelde problemen in Nigeria heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiser weliswaar een arrestatiebevel heeft overgelegd, maar dat deze hoogstwaarschijnlijk niet echt is bevonden door Bureau Documenten. Eiser heeft geen contra-expertise overgelegd. De overgelegde verklaring van de gestelde advocaat van eiser in Nigeria is hoogstwaarschijnlijk ook frauduleus verkregen en kan dus ook niet dienen als contra-expertise. Eiser heeft daarom volgens verweerder geen vrees voor vervolging in vluchtelingrechtelijke zin en hij loopt geen reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Verweerder wijst de asielaanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw. Eiser heeft volgens verweerder verklaringen afgelegd die in strijd zijn met voldoende geverifieerde informatie over zijn land van herkomst.
Beroepsgronden
4. Volgens eiser heeft verweerder zijn homoseksualiteit en de daaraan verwante problemen ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Eiser voert daartoe aan dat verweerder ten onrechte aan hem heeft tegengeworpen dat hij summier heeft verklaard over zijn gevoelens en innerlijke strijd, nu niet elke vreemdeling een innerlijke strijd ervaart. Bovendien heeft eiser wel degelijk aangegeven hoe moeilijk zijn leven als homoseksueel was in Nigeria. Verweerder miskent verder dat eiser door zijn langdurige deelname aan COC-activiteiten in Nederland wel degelijk enige betekenis heeft, ondanks dat deelname aan die activiteiten voor iedereen mogelijk is. Wat betreft de problemen die hij heeft ervaren in Nigeria stelt eiser dat het arrestatiebevel wel bestaat en in omloop is in Nigeria en dat dit wordt onderbouwd door de verklaring van zijn advocaat. Bovendien blijkt uit die verklaring van zijn advocaat ook los van het arrestatiebevel dat eiser gevaar loopt in Nigeria. Dit heeft verweerder niet onderkend. Wat betreft verweerders tegenwerpingen over de ongeloofwaardigheid van de wijze waarop de filmpjes van eiser en [naam 2] zijn verspreid, voert eiser aan dat handelingen van derden niet aan eiser kunnen worden tegengeworpen. Dat eiser geen informatie geen informatie over deze vriend kan verschaffen komt omdat hij zijn simkaart heeft moeten verwisselen in Oekraïne.
Overwegingen van de rechtbank
Homoseksuele gerichtheid
5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in het bestreden besluit niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser zijn gestelde homoseksuele gerichtheid niet aannemelijk heeft gemaakt.
5.1.
Verweerder heeft niet ten onrechte gesteld dat eiser vaag, summier en oppervlakkig heeft verklaard over diverse thema’s. Verweerder heeft hier onder meer bij kunnen betrekken dat uit de verklaringen van eiser niet is gebleken hoe hij zijn gestelde homoseksuele gerichtheid beleeft. Hoewel niet elke persoon zijn seksuele gerichtheid op dezelfde manier beleeft, heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiser zelf heeft verklaard dat hij een innerlijke strijd heeft ervaren en dat daarom mag worden verwacht dat hij die strijd kan toelichten. Eisers verklaring dat hij zich bewust was van het feit dat het bij wet verboden is om homoseksueel te zijn, maar dat hij het accepteerde omdat hij zich nou eenmaal zo voelde, is summier te noemen en verweerder heeft meer kunnen verlangen van eiser op dit punt. Verweerder heeft ten slotte ook nog aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij zeer algemeen heeft verklaard over de positie van LHBTI-ers in Nigeria. Dit heeft eiser in beroep ook niet bestreden.
5.2.
Verweerder heeft verder aan eiser kunnen tegenwerpen dat zijn verklaringen over [naam 3], met wie hij ten tijde van het nader gehoor een relatie zou hebben gehad, vaag en tegenstrijdig zijn. Zo verklaart eiser tegenstrijdig over hoe vaak hij met [naam 3] gebeld zou hebben en kon hij tijdens het nader gehoor niet laten zien dat hij regelmatig contact had met [naam 3] (zoals hij stelde). Eiser heeft hier in beroep niets tegen aangevoerd, zodat die tegenwerping van verweerder stand houdt. Bovendien heeft eiser op geen enkele wijze kunnen onderbouwen dat sprake is (of was) van een relatie met [naam 3]. Eiser heeft namelijk geen foto’s of Whatsappgesprekken overgelegd waaruit zou blijken dat eiser überhaupt contact heeft met [naam 3], laat staan dat zij een relatie zouden hebben.
5.3.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de gestelde seksuele geaardheid van eiseres ongeloofwaardig is. Dat hij wel COC-bijeenkomsten heeft bezocht is onvoldoende om af te doen aan die conclusie. Verweerder heeft namelijk terecht gesteld dat die bijeenkomsten voor iedereen toegankelijk zijn en bovendien ligt het zwaartepunt van de beoordeling bij de verklaringen van eiser zelf.
Problemen in Nigeria
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in het bestreden besluit niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser ook de problemen als gevolg van zijn gestelde homoseksuele gerichtheid niet aannemelijk heeft gemaakt. Daarbij stelt de rechter voorop dat eisers homoseksuele gerichtheid niet ten onrechte ongeloofwaardig is geacht. Dit doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van de problemen als gevolg daarvan.
6.1.
Verweerder heeft verder het arrestatiebevel en de verklaring van eisers advocaat over dat arrestatiebevel laten onderzoeken door Bureau Documenten. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat het arrestatiebevel als hoogstwaarschijnlijk niet echt is beoordeeld en dat de verklaring van zijn advocaat hoogstwaarschijnlijk frauduleus is verkregen. Eiser heeft (ook in beroep) geen contra-expertise overgelegd en de uitkomst van dat onderzoek niet onderbouwd betwist. De enkele stelling dat het arrestatiebevel (los van de gebreken die daaraan kleven) wel in omloop is in Nigeria, is onvoldoende omdat eiser deze stelling niet heeft onderbouwd. Verweerder hoefde verder geen gewicht toe te kennen aan de verklaring van de advocaat, nu eiser niet inhoudelijk heeft onderbouwd waarom de conclusie van Bureau Documenten onjuist is. Dat los van hetgeen is verklaard door de advocaat over het arrestatiebevel, uit de verklaring van de advocaat volgt dat eiser wel wordt vervolgd vanwege zijn seksuele gerichtheid in Nigeria, volgt de rechtbank niet. Ten eerste omdat de conclusie van Bureau Documenten ten aanzien van het gehele document geldt en ten tweede omdat de enkele verklaring van de (gestelde) advocaat van eiser niet kan worden gezien als afdoende onderbouwing van eisers gestelde problemen in Nigeria.
6.2.
Over de verklaringen van eiser over (het ontstaan en verloop van) de gestelde problemen in Nigeria heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat eiser onlogisch en tegenstrijdig heeft verklaard over dragende onderdelen van zijn relaas. Zo heeft eiser verklaard dat zijn homoseksuele gerichtheid (en die van [naam 2]) bekend werd omdat [naam 2] zijn mobiele telefoon had laten repareren terwijl daar seksuele video’s waren opgeslagen. Dit heeft vervolgens geleid tot een soort heksenjacht op eiser en [naam 2], waarbij [naam 2] in detentie is geplaatst en eiser is gevlucht. Eiser heeft via een vriend, [naam 4], gehoord dat [naam 2] is mishandeld door een groep mannen. Verweerder heeft ten eerste aan eiser kunnen tegenwerpen dat het onlogisch is dat [naam 2] de code voor zijn telefoon zou hebben gegeven als er belastende video’s op zouden hebben gestaan. Dat eiser niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor handelingen van derden is in principe juist, maar eiser miskent in zijn beroepsgronden dat het aan verweerder is om eisers verklaringen te beoordelen op geloofwaardigheid. Het is dan dus wel mogelijk om aan eiser tegen te werpen dat (zijn verklaringen over) handelingen van derden onlogisch zijn, zolang geen verifieerbare informatie beschikbaar is waaruit blijkt dat het inderdaad feitelijk juist is wat eiser heeft verklaard. Anders zou verweerder alle verklaringen over gedragingen van derden per definitie voor waar aan moeten nemen, hoe onlogisch die gedragingen ook zouden zijn. Overigens heeft eiser ook niet kunnen toelichten hoe de reparateurs binnen één dag de video breed hadden verspreid onder vrienden van eiser terwijl hij geen bekende was in de telefoonwinkel. Dat het toeval zou zijn, is geen afdoende verklaring hiervoor. Verweerder heeft verder aan eiser kunnen tegenwerpen eiser tegenstrijdig heeft verklaard over het al dan niet kwijtraken van zijn telefoon in Nigeria. Zo verklaart eiser tijdens het nader gehoor eerst dat hij zijn telefoon is kwijtgeraakt in Oekraïne en daarna dat hij al in Nigeria zijn telefoon was kwijtgeraakt en dat hij daarom niet heeft kunnen achterhalen hoe het is afgelopen met [naam 2] (pagina 19 van het nader gehoor). Eiser stelt weliswaar in beroep en in de zienswijze dat hij pas in Oekraïne zijn telefoon verloor en daarvoor enkel een andere simkaart had vanwege zijn vluchtsituatie, maar eiser heeft over de simkaart niks verklaard tijdens het nader gehoor of in de correcties en aanvullingen. Eiser heeft ook niet nader toegelicht waarom hij tijdens het nader gehoor niet heeft verklaard over het gebruiken van een andere simkaart waardoor hij geen contact zou kunnen krijgen met [naam 2]. Ten slotte heeft verweerder aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij tijdens het nader gehoor niet op de naam [naam 4] kon komen, maar pas in de correcties en aanvullingen. Eiser stelt dat hij geheugenproblemen heeft, maar uit het rapport van MediFirst komt dit niet naar voren. Daarin staat wel dat eiser concentratieproblemen heeft, maar dat is niet hetzelfde en hoeft niet per se te leiden tot geheugenproblemen. Bovendien heeft eiser tijdens het nader gehoor verklaard dat hij via [naam 4] heeft vernomen wat er is gebeurd met [naam 2]. [naam 4] is dus een belangrijk persoon in het relaas van eiser en bovendien noemt eiser hem een vriend. Dan mag van eiser worden verwachten dat hij zich die naam kan herinneren tijdens het nader gehoor.
6.3.
Al het voorgaande in samenhang bezien maakt dat verweerder zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de door eiser gestelde problemen ongeloofwaardig zijn. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Harting, rechter, in aanwezigheid van mr. L.D. Osborne, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.