Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Inleiding
Beoordeling van de rechtbank
Proceskostenveroordeling
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond; en
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 907,00.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Colombiaanse nationaliteit houdende vrouw geboren in 2004, kreeg op 12 oktober 2024 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiseres stelde beroep in tegen het inreisverbod, zonder bezwaar te maken tegen het terugkeerbesluit.
De rechtbank beoordeelde het beroep schriftelijk, nadat eiseres had aangegeven niet ter zitting te verschijnen. De kern van het geschil betrof de vraag of het inreisverbod terecht was opgelegd, waarbij eiseres stelde dat het motiveringsbeginsel was geschonden omdat haar zienswijze niet in het dossier bleek.
De rechtbank oordeelde dat de minister op goede gronden het inreisverbod had opgelegd, aangezien eiseres geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen. Het proces-verbaal toonde aan dat eiseres de gelegenheid had gekregen haar zienswijze te geven en dat zij verklaarde geen bijzondere omstandigheden te hebben.
Het beroep werd ongegrond verklaard, maar de rechtbank kende wel proceskostenvergoeding toe aan eiseres wegens de late overlegging van het proces-verbaal door de minister. De minister werd veroordeeld tot betaling van €907 aan proceskosten.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod is ongegrond verklaard en de minister is veroordeeld tot betaling van proceskosten van €907.