ECLI:NL:RBDHA:2025:22094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 16 oktober 2025 is aan eiser een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. Tijdens de zitting op 13 november 2025 werd het beroep behandeld en heeft eiser een nadere termijn gekregen voor het indienen van zijn medisch dossier.
Eiser voerde aan dat de maatregel onevenredig bezwarend is vanwege zijn medische klachten, waaronder hartklachten, hoge cholesterol, diabetes, psychische klachten en slapeloosheid. De rechtbank stelde vast dat eiser aan de grens een asielaanvraag deed zonder te voldoen aan de toegangsvoorwaarden, waardoor de maatregel in beginsel gerechtvaardigd is.
De rechtbank oordeelde dat de medische omstandigheden van eiser geen reden vormen om af te zien van de maatregel. Eiser ontvangt medische zorg in het detentiecentrum en het medisch dossier toont geen onmogelijkheid aan voor verblijf in detentie. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onevenredig bezwarend is en verklaarde het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.