ECLI:NL:RBDHA:2025:22064
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens niet voldoen inburgeringsvereiste
Eiseres, een Iraanse vrouw geboren in 1963, heeft via haar echtgenote een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel verblijf als familie- of gezinslid. De aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen omdat eiseres niet voldeed aan het inburgeringsvereiste. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat haar medische problemen haar belemmeren het inburgeringsexamen te halen, maar zij onderbouwde dit niet met een geldige medische verklaring van een door de Nederlandse ambassade aangewezen arts.
De rechtbank oordeelt dat het inburgeringsexamen een basisexamen is waarvoor speciaal lesmateriaal beschikbaar is, ook voor analfabeten en mensen met een laag opleidingsniveau. Van eiseres mag verwacht worden dat zij zich voorbereidt en oefent met een studiepakket in haar eigen taal en leert omgaan met een computer. Haar medische verklaring van een neuroloog voldoet niet omdat deze arts niet door de ambassade is aangewezen en eiseres niet heeft aangetoond dat zij een afspraak heeft gemaakt bij de ambassade voor een geldige medische verklaring.
De rechtbank heeft ook een belangenafweging gemaakt op grond van artikel 8 EVRM Pro en concludeert dat hoewel er sprake is van familieleven, de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitvalt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 17 november 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.