De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met het syndroom van Down, die sinds oktober 2021 in een gezinshuis verblijft. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging voor de duur van een jaar, met het oog op de ernstige ontwikkelingsachterstand en de voortdurende behoefte aan intensieve begeleiding van de minderjarige.
De moeder, belast met het ouderlijk gezag, stemde in met het verzoek, hoewel zij de voorkeur had om zelf voor haar kind te zorgen. De gezinshuismoeder bevestigde dat het meisje veel sturing en een-op-een begeleiding nodig heeft vanwege haar ontwikkelingsniveau, dat overeenkomt met dat van een jong kind. De moeder is onvoldoende in staat om de noodzakelijke zorg te bieden, ondanks haar inzet en groeiende band met de minderjarige.
De kinderrechter oordeelde dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld. De ontwikkeling van de minderjarige wordt ernstig bedreigd zonder de huidige zorgstructuur. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt direct, ook bij hoger beroep.