Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 20 december 2023 een asielaanvraag in. Verweerder wees deze aanvraag op 23 juli 2024 af en legde een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar op. De rechtbank behandelde het beroep op 13 februari 2025.
Verweerder achtte de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig, maar vond de gestelde familiale problemen niet aannemelijk. Vanwege een risico op onderduiken werd eiser een vertrektermijn onthouden. Eiser voerde aan dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat sprake was van discriminatie en etnisch profileren, in strijd met het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor het onthouden van de vertrektermijn feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. De stelling van discriminatie werd niet onderbouwd en de toelichting van verweerder toonde aan dat de beslissing was gebaseerd op de omstandigheden van het geval, niet op nationaliteit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod is ongegrond verklaard.