ECLI:NL:RBDHA:2025:21947
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als kennismigrant. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting.
De griffier heeft eiser op 1 augustus 2025 schriftelijk gewezen op de verplichting om het griffierecht binnen vier weken te betalen. Eiser heeft dit niet voldaan. Op 1 september 2025 is hij per aangetekende brief herinnerd en nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken te betalen, met de waarschuwing dat bij uitblijven van betaling het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De brief is op 3 september 2025 bezorgd en ontvangen door de gemachtigde van eiser. Ondanks deze laatste mogelijkheid heeft eiser het griffierecht niet betaald en geen verontschuldiging gegeven. De rechtbank oordeelt dat het niet betalen niet verontschuldigbaar is en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt het beroep niet inhoudelijk en legt geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.