Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
Procesverloop
Overwegingen
€ 100 moet betalen voor elke dag waarmee hij deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500.
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben op 10 juli 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank heeft bij uitspraak van 1 oktober 2024 het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Ondanks deze uitspraak heeft verweerder geen besluit genomen, waarop eisers op 27 mei 2025 opnieuw beroep instelden. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond.
De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe en bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt zij een dwangsom van €200 per dag op, met een maximum van €15.000, wegens het niet tijdig beslissen. Verweerder wordt ook veroordeeld in de proceskosten van €453,50.
De rechtbank benadrukt dat de eerder opgelegde dwangsom onvoldoende prikkel bleek om tot een besluit te komen en bevestigt de noodzaak van een strikte termijn en sanctie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en legt een dwangsom op aan de minister.