ECLI:NL:RBDHA:2025:21842
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser heeft op 12 april 2024 een asielaanvraag ingediend in Nederland. De minister heeft vervolgens een verzoek ingediend bij de Poolse autoriteiten om eiser terug te nemen, wat werd geaccepteerd. Nederland had zes maanden om eiser over te dragen, maar deed dit niet tijdig, waardoor Nederland verantwoordelijk bleef voor de behandeling van de aanvraag.
Voor Syrië gold een besluitmoratorium van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, waardoor de beslistermijn met één jaar werd verlengd tot maximaal 21 maanden. De minister moest uiterlijk op 29 mei 2026 beslissen op de aanvraag. Eiser stelde de minister op 2 oktober 2025 in gebreke, maar dit was te vroeg aangezien de beslistermijn nog niet verstreken was.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling niet aan de wettelijke vereisten voldoet en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of het vaststellen van een bestuurlijke dwangsom. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier S.J. Simorangkir op 14 november 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.