ECLI:NL:RBDHA:2025:21838
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure tegen weigering asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 28 oktober 2025 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de vertegenwoordiger van de minister.
De voorzieningenrechter oordeelt dat nu in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 19 november 2025 door voorzieningenrechter A.M. den Dulk en griffier S.N. Lekatompessij. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.