Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Bulgaarse vreemdeling, werd op 20 oktober 2025 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 18 november 2025 zonder zitting.
De rechtbank toetste uitsluitend de rechtmatigheid van de maatregel vanaf het sluiten van het onderzoek in het vorige beroep op 29 oktober 2025. Uit de voortgangsrapportage bleek dat eiser op 10 november 2025 contact had gehad met de consul van de Bulgaarse ambassade en dat zijn presentatie op de ambassade gepland stond voor 17 november 2025.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van onvoldoende voortvarendheid bij de uitzetting en dat de maatregel gedurende de te beoordelen periode rechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.