ECLI:NL:RBDHA:2025:21695

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
NL25.55752
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling ongegrond verklaard

Eiser, een Bulgaarse vreemdeling, werd op 20 oktober 2025 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 18 november 2025 zonder zitting.

De rechtbank toetste uitsluitend de rechtmatigheid van de maatregel vanaf het sluiten van het onderzoek in het vorige beroep op 29 oktober 2025. Uit de voortgangsrapportage bleek dat eiser op 10 november 2025 contact had gehad met de consul van de Bulgaarse ambassade en dat zijn presentatie op de ambassade gepland stond voor 17 november 2025.

De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van onvoldoende voortvarendheid bij de uitzetting en dat de maatregel gedurende de te beoordelen periode rechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.55752

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerde heeft op 20 oktober 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 18 november 2025 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1991 en de Bulgaarse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. [2] Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 29 oktober 2025.
4. Eiser heeft in het beroepschrift in eerste instantie gesteld dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. In de beroepsgronden stelt hij vast dat uit de stukken blijkt dat inmiddels een concrete afspraak om eiser te presenteren staat gepland op maandag 17 november en dat deze moet worden afgewacht. Daarom heeft hij verder geen beroepsgronden om aan te voeren.
5. De rechtbank stelt vast dat uit de voortgangsrapportage blijkt dat eiser op 10 november 2025 heeft gesproken met de consul van de Bulgaarse ambassade en dat hij op 17 november 2025 in persoon zal worden gepresenteerd op de Bulgaarse ambassade. De rechtbank ziet vooralsnog geen aanleiding om te oordelen dat onvoldoende voortvarend wordt gewerkt aan de uitzetting van eiser. Verder leidt ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment in de te beoordelen periode onrechtmatig was.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 18 november 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Zie de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 5 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:20557.