Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.M.B.J. Schreijen, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 1 november 2025 in bewaring gesteld op grond van de asielgrond, terwijl er openstaande strafrechtelijke vrijheidsontnemingen van in totaal 18 dagen waren die eerst uitgevoerd hadden moeten worden. Verweerder had op basis van een uittreksel uit de justitiële documentatie het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) moeten raadplegen om deze openstaande straffen te laten uitvoeren, maar heeft dit nagelaten.
Tijdens de tenuitvoerlegging van de bewaring werden meerdere executieverzoeken van het CJIB ontvangen, maar de maatregel werd pas op 10 november 2025 opgeheven, waarna de strafrechtelijke detentie is uitgevoerd. Gedurende de bewaring zijn geen activiteiten verricht die verband hielden met het doel van de maatregel, namelijk het verkrijgen van gegevens voor een verblijfsvergunning.
De rechtbank oordeelt dat de bewaring onrechtmatig was omdat de strafrechtelijke vrijheidsontneming voorrang had moeten krijgen en de maatregel van aanvang af niet heeft gediend tot het beoogde doel. Daarom kent de rechtbank een schadevergoeding van € 1.000 toe en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser. Het verzoek tot vrijlating wordt afgewezen omdat de huidige vrijheidsontneming geen bewaring betreft.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding van € 1.000 toe wegens onrechtmatige bewaring.