ECLI:NL:RBDHA:2025:21532
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning vergroting dakterrassen en hekwerken
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een beroep van eiser tegen een door het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg verleende omgevingsvergunning voor het vergroten van dakterrassen en het plaatsen van hekwerken. De aanvraag werd ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zodat de Wabo van toepassing blijft.
Eiser stelde meerdere beroepsgronden aan de orde, waaronder de vermeende onvolledigheid van de aanvraag, het ontbreken van afzonderlijke aanvragen per adres, het ontbreken van rechtsgeldige toestemming van buren, en de overschrijding van de beslistermijn. De rechtbank oordeelde dat deze gronden niet slaagden, mede vanwege het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb, en dat het college de aanvraag rechtsgeldig heeft behandeld.
Daarnaast werd betoogd dat de welstandscommissie haar advies niet tijdig had uitgebracht en dat privacyschermen zonder vergunning zijn geplaatst. De rechtbank stelde vast dat het welstandsadvies tijdig was en dat de privacyschermen geen onderdeel uitmaken van de verleende vergunning. De beoordeling van de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid werd eveneens als voldoende beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen proceskostenvergoeding krijgt. Het vonnis werd uitgesproken door rechter S.H. van den Ende op 3 september 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.