ECLI:NL:RBDHA:2025:21531

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
11455308 \ RL EXPL 24-23949
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot schadevergoeding door passagiers wegens vertraging van vlucht en beroep op buitengewone omstandigheden door luchtvaartmaatschappij

In deze zaak vorderen de passagiers, die een vlucht van Antalya naar Amsterdam hadden geboekt, schadevergoeding van TUI Airlines Nederland B.V. wegens een vertraging van meer dan drie uur. De passagiers stellen dat zij recht hebben op een vergoeding van € 400,- per persoon op basis van de EU-verordening 261/2004, omdat hun vlucht op 16 juli 2024 met 3 uur en 35 minuten vertraging is aangekomen. TUI betwist de vordering en voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, zoals beslissingen van de luchtverkeersleiding en slecht weer, waardoor zij niet aansprakelijk is voor de schade. De kantonrechter oordeelt dat TUI kan aantonen dat een deel van de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden en dat de totale vertraging daardoor onder de drie uur blijft. Hierdoor hebben de passagiers geen recht op schadevergoeding. De vorderingen van de passagiers worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten van TUI, die op € 677,00 worden begroot.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats 's-Gravenhage
NvE/c
Zaaknummer: 11455308 \ RL EXPL 24-23949
Vonnis van 2 december 2025
in de zaak van

1.[de passagiers sub 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

2. [de passagiers sub 2] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

3. [de passagiers sub 3] ,

wonende te [woonplaats 3] ,

4. [de passagiers sub 4] ,

5. [de passagiers sub 5] ,

beiden wonende te [woonplaats 4] ,

6. [de passagiers sub 6] ,

7. [de passagiers sub 7] , pro se en als wettelijk vertegenwoordiger van:

- [minderjarige 1] ,
- [minderjarige 2] ,
alle vier wonende te [woonplaats 5] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: de passagiers,
gemachtigde: [naam] ,
tegen
de besloten vennootschap TUI AIRLINES NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Rijswijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TUI,
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 5 december 2024 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- de conclusie van repliek met productie,
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Vervolgens is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hadden voor 16 juli 2024 een boeking voor vlucht [vluchtnummer] van Antalya (Antalya Airport) naar Amsterdam (Schiphol Airport). De geplande vertrektijd was om 19:10 UTC en de geplande aankomsttijd was 23:35 UTC.
2.2.
Vlucht [vluchtnummer] is uiteindelijk op 17 juli 2024 om 03:10 uur geland in Amsterdam. De vertraging is daarmee 3 uur en 35 minuten ten opzichte van de geplande aankomsttijd.
2.3.
Vlucht [vluchtnummer] was onderdeel van een zogenaamde ‘rotatievlucht’ op 16 juli 2024 van Amsterdam – Antalya – Rotterdam – Antalya – Amsterdam.
2.4.
Eisende partij sub 7 heeft bij beschikking van 7 januari 2025 een machtiging van de kantonrechter om namens haar minderjarige kinderen onderhavige procedure te voeren.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers vorderen - samengevat - veroordeling van TUI tot betaling van € 4.186,85, vermeerderd met rente en proceskosten.
3.2.
Aan haar vordering leggen de passagiers ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; de Verordening) en de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie [1] , hen recht geeft op een vergoeding van € 400,- per persoon in verband met de opgelopen vertraging van de vlucht van Antalya naar Amsterdam op 16 juli 2024. Omdat betaling uitbleef hebben de passagiers kosten moeten maken die worden begroot op € 586,85. Daarnaast is TUI de wettelijke rente verschuldigd.
3.3.
TUI voert verweer. TUI concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de passagiers, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van hen in de kosten van deze procedure. Kort gezegd stelt TUI dat de vertraging verschillende oorzaken heeft waarvan een het gevolg is van buitengewone omstandigheden.
uur en 5 minuten vertraging is ontstaan door beslissingen van de luchtverkeersleiding;
uur en 30 minuten overig.
TUI komt voor de onder 1 genoemde vertraging een beroep toe op buitengewone omstandigheden. De omstandigheden doen zich onverwachts voor waardoor TUI geen mogelijkheid heeft om de vlucht sneller uit te voeren. De vertragingstijd van 1 mag van de totale vertragingstijd worden afgetrokken volgens het Peskova arrest (C-315/15). Er blijft dan een vertraging over van minder dan drie uur.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Buitengewone omstandigheid
4.1.
De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden.
4.2.
Niet in geschil is dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. Dit betekent dat TUI de passagier in beginsel moet compenseren. Dit is anders als TUI kan aantonen dat (een deel van) de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden. In dat geval kan die vertragingstijd in mindering worden gebracht op de totale vertragingstijd.
4.3.
De eerste vertraging van 1 uur en 5 minuten zou zijn ontstaan door diverse beslissingen van de luchtverkeersleiding tijdens vluchten van Rotterdam naar Antalya en van Antalya weer naar Amsterdam. De passagiers hebben niet weersproken dat deze omstandigheden als buitengewoon kunnen worden aangemerkt, maar heeft gesteld dat die vertraging niet relevant is, omdat de vertraging van 2 uur en 30 minuten een toerekenbare omstandigheid is waardoor de Estimated Off-Block Time (EOBT) is gewijzigd. Hierdoor krijgt het toestel altijd een nieuwe Calculated Take Off Time (CTOT). Bij de nieuwe EOBT hebben slotwijzigingen plaatsgevonden, maar die zouden niet hebben plaatsgevonden indien het toestel op tijd was vertrokken. TUI heeft niet aangetoond dat die slotwijzigingen anders ook hadden plaatsgevonden.
4.4.
TUI heeft in haar conclusie van dupliek uitgebreid omschreven dat, anders dan de passagiers betogen, onder normale omstandigheden een toestel geen CTOT opgelegd krijgt. De bemanning kan dan omstreeks het geplande moment van vertrek via de radio contact leggen met de lokale luchtverkeersleiding om de vereiste klaring voor het toestel te krijgen. Een CTOT is uitsluitend bedoeld om het Europese luchtverkeer te reguleren als de omstandigheden daar om vragen, zoals bij slecht weer. In dit geval zijn de CTOT’s opgelegd omdat er slechts beperkt luchtverkeer mogelijk was op de route. De belangrijkste reden was vanwege het slechte weer.
4.5.
De kantonrechter volgt de passagiers niet in hun betoog dat TUI moet aantonen dat de buitengewone omstandigheid zich ook zou hebben voorgedaan als de overige vertraging niet had plaatsgevonden. Een kenmerk van een buitengewone omstandigheid is nu juist dat die niet te voorspellen is. Bovendien zou het betoog van de passagiers tot gevolg hebben dat de overweging in het Peskova-arrest zinledig is. Daarin is nu juist bepaald dat de vertragingstijd die gerelateerd is aan de buitengewone omstandigheid moet worden afgetrokken van de totale duur van de aankomstvertraging, ongeacht wat de andere vertragingsomstandigheid is.
4.6.
Tui kan dan ook op grond van het Peskova-arrest de tijd die gemoeid is met de buitengewone omstandigheid, die in rechtstreeks verband staat met de rotatievlucht, van de totale vertragingstijd aftrekken. De passagiers hebben niet bestreden dat er voldoende rechtstreeks verband bestaat tussen de vluchten.
Redelijke maatregelen
4.7.
Resteert de vraag of TUI alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging als gevolg van de buitengewone omstandigheid te voorkomen. De kantonrechter is met TUI van oordeel dat zij gelet op de aard van de buitengewone omstandigheden weinig tot geen mogelijkheden heeft die vertraging op te vangen dan wel om die situatie te bespoedigen.
4.8.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het beroep van TUI op buitengewone omstandigheden slaagt. Met 1 uur en 5 minuten in mindering op de vertraging komt de totale vertraging onder drie uur uit, zodat de passagiers geen recht hebben op enige vergoeding en hun vorderingen (inclusief de nevenvorderingen) daarom zullen worden afgewezen.
4.9.
De passagiers zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TUI worden begroot op:
- salaris gemachtigde
542,00
(2 punt × € 271,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
677,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van de passagiers af,
5.2.
veroordeelt de passagiers in de proceskosten van € 677,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de passagiers niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.F.H. van Eijk en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.

Voetnoten

1.Het Wallentin-Hermann arrest (HvJ EU 22 december 2008, C-549/07), het Sturgeon-arrest (HvJ EU 19 november 2009, C-402/07) en het Folkerts-arrest (HvJ EU 26 februari 2013, C-11/11).