De passagiers hadden een vlucht geboekt van Antalya naar Amsterdam op 16 juli 2024, die met een vertraging van 3 uur en 35 minuten aankwam. Zij vorderden een vergoeding van € 4.186,85 op grond van EU-verordening 261/2004 vanwege deze vertraging.
TUI Airlines Nederland B.V. voerde verweer en stelde dat een deel van de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, waaronder beslissingen van de luchtverkeersleiding en slecht weer, waardoor zij niet aansprakelijk was voor vergoeding. Volgens het Peskova-arrest mag de vertragingstijd die verband houdt met buitengewone omstandigheden worden afgetrokken van de totale vertraging.
De rechtbank oordeelde dat TUI voldoende aannemelijk had gemaakt dat 1 uur en 5 minuten van de vertraging buitengewone omstandigheden betrof. Dit bracht de resterende vertraging onder de drie uur, waardoor geen recht op vergoeding bestond. Ook werd geoordeeld dat TUI alle redelijke maatregelen had genomen om de vertraging te beperken.
De vorderingen van de passagiers werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten van € 677,00, te vermeerderen met kosten van betekening indien niet tijdig voldaan.