Eiser maakte bezwaar tegen een terugkeerbesluit van 6 augustus 2025, waarin hij werd verplicht Nederland binnen vier weken te verlaten. Tijdens de procedure heeft de minister van Asiel en Migratie het besluit ingetrokken nadat was vastgesteld dat eiser rechtmatig in Portugal verbleef.
De rechtbank behandelde het beroep op 1 oktober 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank vroeg eiser of hij het beroep wilde handhaven, maar ontving geen reactie. Hierdoor concludeerde de rechtbank dat het beroep geen procesbelang meer heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde de minister in de proceskosten van €907, omdat het beroep bij indiening terecht was. De uitspraak werd gedaan door rechter D. Biever en griffier M.E. Jans op 24 oktober 2025.
Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.