ECLI:NL:RBDHA:2025:21451
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en zwaar inreisverbod wegens seksuele intimidatie
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit, een zwaar inreisverbod en een besluit tot signalering, opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Het besluit volgt op een strafrechtelijke veroordeling van eiser wegens fysieke seksuele intimidatie, waarvoor hij een gevangenisstraf van 15 maanden kreeg opgelegd, waarvan 3 maanden voorwaardelijk.
Eiser betwist het besluit onder meer omdat hij meent dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod onvoldoende zijn gemotiveerd, dat belangrijke stukken zoals het uittreksel van de Dienst Justitiële Inrichtingen en het reclasseringsrapport niet zijn overgelegd, en dat er geen sprake is van een acute bedreiging van de openbare orde. Ook voert hij aan dat hij vanwege zijn leeftijd en ongeschooldheid geen nieuw leven kan opbouwen in Turkije.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van het terugkeerbesluit, omdat hij vrijwillig naar Turkije is teruggekeerd. Verder zijn de gevraagde stukken wel in het dossier opgenomen of niet noodzakelijk. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat eiser een actuele en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, mede vanwege de ernst van het zedendelict. De stellingen van eiser worden verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het zwaar inreisverbod wordt ongegrond verklaard.