Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer: [V-nummer],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit, vroeg op 13 oktober 2024 asiel aan in Nederland. De minister van Asiel en Migratie besloot op 16 januari 2025 de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Nederland had op 22 oktober 2024 een verzoek tot overname aan Frankrijk gedaan, dat op 19 december 2024 werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat zijn medische omstandigheden en trauma in Frankrijk niet in het claimverzoek waren vermeld en dat hij vreest geen medicatie voor zijn diabetes te krijgen in Frankrijk. Hij beroept zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening om overdracht te voorkomen. De rechtbank oordeelt dat alleen relevante informatie voor de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat moet worden vermeld en dat medische omstandigheden en persoonlijke trauma's niet relevant zijn voor deze vaststelling.
Verder is er geen sprake van bijzondere individuele omstandigheden die overdracht aan Frankrijk onevenredig maken. Frankrijk is gebonden aan de Opvangrichtlijn en biedt medisch noodzakelijke zorg op vergelijkbaar niveau als Nederland. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij gebonden is aan medische behandeling in Nederland of dat hij in Frankrijk geen bescherming kan zoeken.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft vastgesteld dat Frankrijk verantwoordelijk is en dat het beroep ongegrond is. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.