Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
[werkneemster] is gisteren ziek naar huis gegaan. Reden onder meer gesprek van dinsdag met feedback van o.a. collega’s op de werkvloer. Gaat volgende week weer voor 50% starten.”
stagnerende factoren in zowel het herstel als de terugkeer in eigen werk is een (nog) onopgelost werkconflict” en dat in het kader daarvan “
wordt geadviseerd zo snel mogelijk mediation op te starten door het inhuren van een externe mediator”. In het kader van de re-integratie heeft de bedrijfsarts geadviseerd dat “
aangezien werkneemster belastbaar wordt geacht voor 50% van de contracturen, adviseer re-integratie in eigen aangepast werk […] op een tijdelijk andere locatie op te starten”.
(…) [naam 1] geeft aan svp aandacht voor de ervaren vervelende non-verbale uitstraling en negativiteit (niet meepraten met het team). (…)
- Afgesproken deze punten op papier te zetten in een concept verbeterplan (actie [naam 6] ) zodat e.e.a. concreet wordt gemaakt en hier de komende periode meer aandacht/verbetering aan kan worden gegeven zodat dit verandert.
- Op maandag 18 november vervolgafspraak om het inhoudelijk verder te bespreken.
- [werkneemster] geeft aan dat de oorzaak bij de roddels ligt en herkent zich niet in de punten. Ook geeft [werkneemster] aan dat ze haar hele leven al hoort dat ze direct is en haar gezicht is af te lezen.
- Aan [werkneemster] is gevraagd wat zij hierbij nodig heeft en in het volgende gesprek gaan we hier verder over in gesprek.”
Inmiddels is het gezien de ontstane situatie echter zeer van belang om met elkaar in gesprek te komen over afspraken en oplossingen voor de toekomst. Wij nodigen je hiervoor uit op maandag 16 december a.s. om 9.00 uur. […]
Ik vind het zeer teleurstellend dat helaas wederom niet tot een definitief verbeterplan te kunnen komen samen. […] Het is immers van belang dat we goed met elkaar in gesprek blijven en tot afspraken en een passende oplossing komen ter voorkoming van een impasse. Zoals afgesproken is op maandag 23 december om 9.00 uur een vervolggesprek gepland.”
Een aantal weken geleden heb ik aangegeven dat ik van jou verwacht dat jij je richt op de 1e, 2e en 3e etage en dat [naam 7] zich zal richten op de 4 etage.
het gesprek over de start van de re-integratie [haar enorm] heeft aangegrepen.”. Op 11 april 2025 en 20 mei 2025 heeft de bedrijfsarts gerapporteerd dat [werkneemster] in staat is om gesprekken te voeren over de arbeidssituatie en dat zij verdere voorstellen (tot een gesprek) van de zijde van Saffier afwacht. Naar aanleiding hiervan heeft Saffier (telefonisch) contact gezocht met [werkneemster] .
3.Het geschil
€ 160.000,00 (bruto). Alles met veroordeling van Saffier in de proceskosten. [werkneemster] voert aan dat sprake is van een opzegverbod tijdens ziekte. Ten tijde van het indienen van het verzoek was [werkneemster] immers arbeidsongeschikt vanwege ziekte. Haar arbeidsongeschiktheid is niet zuiver situationeel van aard, zij lijdt ook aan een medische aandoening. De re-integratie van [werkneemster] is niet goed gefaciliteerd door Saffier waardoor er onduidelijkheden waren over haar re-integratiewerkzaamheden en de re-integreren niet goed verliep. Als donderslag bij heldere hemel kwamen de op- en aanmerkingen en verwijten van Saffier over de houding en het gedrag van [werkneemster] , waardoor zij zou disfunctioneren. De voorbeelden die Saffier geeft zijn evenwel weinig concreet en onderbouwd, aldus [werkneemster] , en bovendien herkent zij zich er niet in en zijn de door Saffier gegeven voorbeelden aantoonbaar onjuist. [werkneemster] herkent zich dus ook niet in het verbeterplan waarin staat dat zij een negatieve houding/uitstraling zou hebben, dat zij geregeld haar stem zou verheffen, zich negatief zou uiten, dat zij roddelt, dat zij kritiek levert op haar collega’s waaronder haar leidinggevende en dat zij niet bereid zou zijn tot zelfreflectie. Dat is ook de reden waarom zij het verbetertraject, in navolging van het advies van haar toenmalige gemachtigde, steeds heeft geweigerd. Saffier kon dus in redelijkheid niet besluiten [werkneemster] een verbetertraject op te leggen, ook omdat ze pas net herstellende was na 20 maanden afwezigheid. Aan een ontwikkelplan had [werkneemster] wel haar medewerking verleend. Al met al kan [werkneemster] geen ernstig verwijtbaar gedrag worden verweten. Een goed werkgever kan en mag niet willekeurig en/of zonder voldoende aanleiding een werknemer een verbeterplan opleggen. Van disfunctioneren is dus geen sprake maar van een verstoring van de arbeidsverhouding ook niet. Saffier heeft geen enkele serieuze poging gedaan om de arbeidsverhouding te verbeteren. Tot slot ligt herplaatsing in de rede.
4.De beoordeling van het verzoek
Mw. [werkneemster] spreekt met veel emoties, verheft vaak haar stem, waardoor collega’s in de ruimtes naast ons na ons wekelijks overleg vaak kwamen vragen of het wel goed was gegaan en of het ging met mij. […] maar helaas had mw. [werkneemster] veel commentaar en werd boos als ik zei dat ik signalen kreeg over haar functioneren, ze wilde dan weten van wie die signalen kwamen. […] De signalen die ik kreeg waren onder andere dat ze op een ongeïnteresseerde houding bij de overdacht zat, dat ze negatieve uitlatingen deed over mij en sprak met ene collega over de andere […]. Ook van onze planner en secretaresse kwamen vaak signalen dat mw. [werkneemster] alleen maar zat te klagen en zich negatief uitte.”