ECLI:NL:RBDHA:2025:21384
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning familie en gezin
Verzoekster diende op 13 november 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier met als verblijfsdoel familie en gezin. De minister wees deze aanvraag af bij besluit van 22 januari 2024. Verzoekster maakte bezwaar en lichtte dit toe tijdens een hoorzitting op 27 februari 2024. Op 10 juni 2025 verklaarde de minister het bezwaar ongegrond en handhaafde de afwijzing.
Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De rechtbank behandelde dit verzoek op 16 oktober 2025 in een zitting waarbij alle betrokken partijen aanwezig waren. Op 13 november 2025 deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.26566), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en oordeelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.