ECLI:NL:RBDHA:2025:21323
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 12 november 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt voor Duitsland vanwege toegenomen anti-moslim haatmisdrijven en ontoereikende rechtsbijstand in de Duitse asielprocedure, waardoor een reëel gevaar voor refoulement zou bestaan. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van systemische tekortkomingen in Duitsland die het vertrouwensbeginsel zouden doorbreken. Ook is onvoldoende gebleken dat eiser geen effectieve rechtsbijstand kan verkrijgen.
Daarnaast stelde eiser dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast had moeten worden vanwege bijzondere, individuele omstandigheden. De rechtbank verwierp dit omdat eiser niet heeft aangetoond dat dergelijke omstandigheden aanwezig zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit van de minister in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van Hoof.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.