ECLI:NL:RBDHA:2025:21322
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland volgens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder een zitting te houden, omdat partijen geen zitting wensten. Eiser stelde dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening op zijn situatie onevenredige hardheid zou betekenen, omdat hij vreest dat de Duitse autoriteiten hem niet serieus nemen en mogelijk terugsturen naar Marokko, wat indirect refoulement zou betekenen.
De rechtbank oordeelde dat deze vrees geen bijzondere, individuele omstandigheden zijn die toepassing van artikel 17 rechtvaardigen Pro. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden aangenomen dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen nakomt. De minister heeft het besluit voldoende gemotiveerd en het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van Hoof en griffier F.E. Brokke op 12 november 2025. Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.