ECLI:NL:RBDHA:2025:21306
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 12 september 2025 een beschikking gegeven inzake de wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor een betrokkene, geboren in 2005. De officier van justitie had op 10 september 2025 een verzoek ingediend tot wijziging van de eerder verleende machtiging, die op 25 augustus 2025 was afgegeven. Dit verzoek was noodzakelijk geworden door een verhoogd suïciderisico dat was ontstaan tijdens de opname van de betrokkene in een GGZ-instelling. De rechtbank heeft vastgesteld dat de bestaande machtiging niet voldeed aan de huidige situatie van de betrokkene, waardoor aanvullende vormen van verplichte zorg noodzakelijk waren. Tijdens de mondelinge behandeling op 12 september 2025 is de betrokkene gehoord, evenals een psychiater. De betrokkene heeft aangegeven dat zij zich verzet tegen de voorgestelde aanvullende zorgmaatregelen, omdat deze haar zouden belemmeren in haar pogingen tot suïcide. De psychiater heeft echter verklaard dat de voorgestelde maatregelen noodzakelijk zijn om de veiligheid van de betrokkene te waarborgen. De rechtbank heeft uiteindelijk besloten de machtiging te wijzigen en aanvullende maatregelen toe te voegen, waaronder het beperken van de bewegingsvrijheid en het uitoefenen van toezicht op de betrokkene. De beschikking is gegeven door rechter M. Dam, met griffier K.S. Versteegen, en is uitgesproken in openbare zitting. De machtiging geldt tot en met 15 september 2025.